“Ik ben Marieke. Ik heb MS (Multiple Sclerose). En ik ben wél leuk.”
Het verhaal van een vrouw die zichzelf opnieuw moest uitvinden – en sterker terug kwam.
Hoe een diagnose haar leven veranderde – en ze zelf weer in beweging kwam
Wanneer je Marieke ontmoet, zie je eerst haar lach. Open, warm, uitnodigend en vrolijk. Pas wanneer je haar verhaal hoort over de weg die ze heeft afgelegd, begrijp je dat die lach niet vanzelfsprekend is. Ze zorgde lange tijd alleen voor anderen, kreeg een diagnose die alles op zijn kop zette en ondernam een zoektocht naar wie ze zélf eigenlijk was. Tegenwoordig woont ze in Grevenbicht, waar ze haar leven opnieuw vorm gaf met meer rust, meer balans en vooral: meer Marieke.
Zorgen voor anderen zit in Mariekes DNA
“Thuis werd ‘zorgen voor anderen’ er met de paplepel ingegoten”, vertelt ze.
Haar ouders stonden klaar voor iedereen die hulp nodig had, naast de zorg voor hun vier kinderen. Vrijwilligerswerk hoorde er gewoon bij. Het was dan ook geen verrassing dat Marieke sociaal pedagoog werd. Na haar studie werkte ze een jaar in Amerika met mensen met een verstandelijke beperking. “Daar was het sociaal domein totaal anders ingericht. Collega’s deden dit werk als bijbaan. Van behandelplannen hadden ze nog nooit gehoord. Dat was soms even slikken.” Terug in Nederland werkte ze voor o.a.:
de Crisisopvang, Bureau Halt en Scouting Limburg. Ze gaf voorlichting, workshops, deed preventief werk en was ook beleidsmatig actief. Ze was altijd in beweging.
Totdat haar lichaam stop zei.
De diagnose die alles veranderde
In 2008 werd Marieke ziek. Lange tijd was onduidelijk wat er precies aan de hand was, maar zoals altijd, ging ze gewoon door. Totdat de diagnose kwam: MS.
“Op het moment dat ik de diagnose kreeg, had ik last van de MS-Hug: een beklemmend en pijnlijk gevoel met allerlei symptomen). Na een revalidatie traject kon ik deels weer aan het werk, zo’n twintig uur per week. Maar de stress, druk, onrust en gemis aan duidelijkheid zorgden ervoor dat ik meerdere keren per jaar uitviel. Mijn klachten kwamen steeds terug en werden erger. Uiteindelijk moest ik me opnieuw langdurig ziekmelden. De situatie op haar werk verslechterde. “Mijn werkgever en ik zaten niet op één lijn over wat goed voor mij was. Dat leidde er uiteindelijk toe dat ik werd afgekeurd. In 2016 moest Marieke definitief stoppen met werken. Dat bleek een keerpunt in haar leven. “Ik realiseerde me dat ik mezelf jarenlang had verwaarloosd. Ik gaf alles aan anderen en hield niets over voor mezelf.” Langzaam begon er iets te veranderen.
“Door de diagnose MS ben ik eigenlijk een heel ander mens geworden. Uiteindelijk een betere versie van mezelf.” Ze ging naar zichzelf op zoek en volgde verschillende therapieën. Vooral de begeleiding van een kinesioloog maakte diepe indruk.
“Zij keek recht in mijn ziel. Ik kon haar niets wijsmaken. Ze zag wat er speelde, nog voordat ik het zelf doorhad. Ze was écht een engel op mijn pad. Ook het omgaan met medicatie was een uitdaging. “Ik moest mezelf injecteren. In het begin stelde dat weinig voor, maar op en gegeven moment lukte het niet meer. Ik ontwikkelde er een aversie tegen. Met haar hulp heb ik dat kunnen ombuigen naar iets positiefs. De medicatie deed haar werk. “Het ging eigenlijk best goed met me. Ik heb ongeveer tien jaar medicatie gebruikt en mijn MS is stabiel. ”In overleg met haar neuroloog besloot ze uiteindelijk te stoppen. “Ik vertrouwde op mijn buikgevoel dat het ook zonder kon. Tot nu toe blijkt dat een goede keuze.
Vrijwilligerswerk als nieuwe levenslijn
Stilzitten is geen optie. Marieke vond een nieuwe rol als ervaringsdeler bij MAP (Mens Achter de Patiënt). “Voor de toekomstige zorgprofessionals kan ik iets betekenen. Zorg die meer persoonsgericht is door verder te kijken dan alleen het ziektebeeld. Wie is die mens die de zorgverlener nodig heeft?
Mijn weg naar Burgerkracht en “Deel je verhaal”
Mijn eerste kennismaking met Burgerkracht Limburg was tijdens een workshop over Positieve Gezondheid. Daarna bezocht ik netwerkbijeenkomsten en kwam ik in aanraking met het programma: “Deel je Verhaal.” Dat ik de training: “Deel je verhaal’ van Joyce Kleij mocht overnemen voelt voor mij als een grote eer. Ik probeer de training voort te zetten in haar geest en deel in alle openheid mijn eigen ervaring over het leven met MS. Door mijn verhaal te vertellen, ontstaat er vanaf het begin een veilige sfeer. Er is herkenning, mensen voelen zich gezienen gehoord en dat is precies waar “Deel je Verhaal” voor staat.
“Vrijwilligerswerk: ook goed voor jezelf
Marieke is daar heel eerlijk over: “Vrijwilligerswerk moet niet alleen goed zijn voor een ander, maar ook voor jezelf. Als je er zelf geen energie of plezier uithaalt waarom zou je het dan doen? “Voor mij werkt het zo: ik word er blij van. Het geeft me energie en een positieve vibe. Tegelijk kost het me ook energie, dus moet ik goed op mijn balans letten. Soms plan ik te veel. Het is vallen en opstaan. Maar dat hoort ook bij mij.” Gelukkig neemt ze ook bewust tijd voor ontspanning. Ze speelt dwarsfluit, schildert en wandelt graag met de hond. “Ik geniet enorm van de natuur. Ik ben een positief mens. En als het even iet gaat, kan ik rekenen op steun van mijn familie en vrienden.”
Grenzen opzoeken en verleggen
Marieke houdt van uitdagingen. Nadat ze de diagnose MS kreeg, stelde ze zichzelf een doel: meedoen aan: Klimmen tegen MS. Het plan was om één kilometer wandelen. “Dat moest lukken”. Uiteindelijk liep ze 21 kilometer bergop. Daarna kwam een nieuw doel: rennen. “Ik had nog nooit gerend. Maar ik dacht ik heb MS, misschien kan ik het nu wel.” Met een nieuwe brace begon ik op de loopband. Uiteindelijk lukte het haar om 10 minuten te rennen. Voor anderen misschien weinig, maar voor haar waren het enorme mijlpalen. “Mijn grenzen opzoeken houdt me op de been.” Haar huis in Grevenbicht verbouwde ze grotendeels zelf. “Zolang ik een uitdaging heb, blijf ik mijn lijf prikkelen om door te gaan. En het verbaast me steeds weer wat ik toch nog kan. Hard werken om te behouden wat ik heb, doet mijn lichaam goed.” Een belangrijk inzicht kwam pas een paar jaar geleden: “Ik dacht altijd dat ik niet leuk was. Nu denk ik: ik ben Marieke, ik heb MS…en waarom zou ik niet leuk zijn?”
Haar lijflied
‘This Is Me’ uit: ‘The Greatest Showman’. Een nummer dat precies vertelt wie ze is geworden: zichtbaar, krachtig en helemaal zichzelf!
In gesprek met Marcello en Carl
Marcello kijkt terug op zijn leven als een reis door twee werelden. De eerste begon al vroeg: een jeugd in een disfunctioneel gezin, gevolgd door jaren van verslaving, criminaliteit en overleven. “Het was geen bewuste keuze om te leven zoals ik leefde,” vertelt hij. “Dat wás mijn wereld. Ik kende niets anders.” Van zijn negende tot zijn dertigste was hij verslaafd aan drank en drugs. Hij werd meerdere keren uit huis geplaatst en belandde uiteindelijk op straat.
Onder die harde buitenkant schuilde vooral een groot tekort aan aandacht en gelijkwaardigheid. “Ik had een minderwaardigheidscomplex,” zegt Marcello. “Iedereen heeft behoefte aan aandacht. Die stoere jongen die ik speelde, was pure camouflage. Er zit zoveel meer moois en goeds in een mens dan je van buitenaf kunt zien.”
De tweede wereld waarin Marcello nu leeft, is die van herstel en groei. Hij omschrijft zijn verleden als een voortdurende innerlijke strijd. “Ik vergelijk het met Jekyll en Hyde,” legt hij uit. “Het slechtste deel van mij zit nog steeds in een kist, maar ik zit erop. Als ik één pilsje pak, komt die gek weer tevoorschijn. Maar ik wíl geen slecht mens zijn. Ik wil goed zijn – eerst voor mezelf, en daarna voor de mensen om mij heen.”
Belang van een luisterend oor zonder vooroordeel
“De grote ommekeer in mijn leven kwam toen ik, puur per toeval in 2002 Louis van Es ontmoette, een ervaringsdeskundige. We raakten aan de praat en hadden een klik. Ik was onder de indruk van zijn verhaal. Hij was al 22 jaar van de drank en de drugs af. Na onze eerste ontmoeting spraken we iedere dag af en gingen we aan de slag met mijn demonen. Hij werd mijn rolmodel. Ik ging van overleven naar leven. Het is raar dat het verdere verloop van je leven af kan hangen van iemand die je ‘zomaar’ tegenkomt. Ik ben nu gelukkig. Ik heb geleerd om in het nu te leven. Dat ging eerst van uur tot uur, daarna van dag tot dag. Ik ben nog steeds geen ‘mensen-mens’ die praat over koetjes en kalfjes. Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het kan zijn om hulp te vragen. Ik neem ook niets van iemand over en vul niets voor een ander in, maar ik kan wel een steun zijn om samen weer stappen verder te zetten.”
Persoonlijke ervaring als basis voor werkmodel
Die persoonlijke ervaring vormt nu de basis van zijn werk. Samen met Carl zette hij ervaringskennis in om woningcorporaties te helpen bij complexe situaties in buurten. Wonen Limburg is een corporatie die zeven jaar geleden besloot het anders te doen: niet langer bewoners met problemen uit huis zetten, maar kijken hoe je hen kunt behouden en ondersteunen. “Wij beginnen waar anderen stoppen,” legt Marcello uit. “Als zorginstellingen afhaken, stappen wij naar voren.”
Het begon klein, met Marcello als zelfstandige ervaringswerker. Inmiddels is er een methodiek ontwikkeld, zijn er twee ervaringswerkers in dienst bij Wonen Limburg en wordt samengewerkt met Gilde Opleidingen om studenten met ervaringsdeskundigheid een plek te geven. Carl, die jarenlang manager was in de zorg, helpt om deze aanpak te borgen binnen organisaties. “Het gaat niet alleen om achter de voordeur te komen,” zegt hij. “Het gaat om het creëren van draagvlak, het verbinden van werelden en het vertalen van ervaringskennis naar beleid.”
De resultaten spreken voor zich: in 2025 bezochten ze 92 bewoners met huurachterstand of die overlast veroorzaakten.
In 85% van de gevallen namen bewoners zelf weer verantwoordelijkheid. Huisuitzettingen – die al snel €30.000 kosten – worden voorkomen. Maar het gaat om meer dan geld.
Het gaat om vertrouwen, verbinding en preventie. “Wij zijn geen hulpverleners,” benadrukt Marcello. “We werken van inwoner tot inwoner, zonder therapietaal.
We luisteren, bouwen vertrouwen en leren organisaties anders te kijken naar mensen die moeilijk bereikbaar zijn. Onze ambitie? Klein blijven, maar groot denken.
Samen met Burgerkracht Limburg bouwen we aan een pool van ervaringswerkers en een netwerk waarin kennis gedeeld wordt. “We willen geen eilandjes,” zegt Marcello. We willen samenwerken, delen en de weg vrijmaken voor toekomstige ervaringswerkers. Want wat wij doen, geeft niet alleen óns iets terug wat we vroeger misten – het maakt ook een verschil in buurten en wijken.”
Hij heeft hij Bureau Marcello opgericht. Daar bieden ze verschillende vormen van ondersteuning, zoals huisbezoeken om mensen te helpen weer contact te maken met anderen en zelfstandiger te worden. Op meerdere locaties zijn er overwegingsgroepen; toegankelijke ontmoetingsplekken waar mensen ervaringen uitwisselen. Je helpt elkaar en leert van elkaar, zodat je weer beter voor jezelf kunt zorgen.
‘Het oog ziet alles, behalve zichzelf’
Marcello zet zijn verhaal in om het verschil te kunnen maken. “We zijn snel geneigd om iemand een etiket op te plakken. Ook ik heb moeten leren om eerst naar mezelf te kijken en op een andere manier naar de ander. Ik vond veel van anderen. Want het oog ziet allesbehalve zichzelf. Nu luister ik eerst, probeer te voelen waar de spanning zit en laat de ander tot rust komen. Ik probeer te leren en te begrijpen waarom iemand leeft zoals hij doet. Er zijn veel mensen in Limburg die zijn vastgelopen en er is weinig begrip vanuit de omgeving. Ik ben niet van de complimenten, wél van mensen in hun kracht zetten. Ik wil voor anderen beteken wat Louis voor mij heeft betekend. Ik weet nu hoe ik kán leven. Dat gun ik anderen ook.
Gemeenten staan voor grote maatschappelijke uitdagingen. De toenemende vraag naar zorg, de druk op professionele hulpverlening én de wens om inwoners meer regie te geven over hun eigen leven vragen om nieuwe, effectieve oplossingen. Een van die oplossingen is het bouwen van zelfregienetwerken.
Wat is een zelfregienetwerk?
Een zelfregienetwerk is een lokaal netwerk waarin inwoners elkaar ondersteunen bij hulpvragen, ontwikkeling en herstel. Het bijzondere van deze netwerken is dat ze worden gedragen door inwoners zelf, met ondersteuning van ervaringsdelers en professionals op afstand. In zo’n netwerk worden hulpvragen laagdrempelig gedeeld en werken formele en informele ondersteuning samen, gebaseerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen.
Deze netwerken zijn geen losse initiatieven, maar vormen een duurzame infrastructuur waarin ontmoeting, participatie, herstel en preventie samenkomen. Ze versterken de sociale basis van gemeenschappen en sluiten daarmee goed aan bij doelstellingen binnen het sociaal domein.
Waarom investeren in zelfregienetwerken?
Voor gemeenten bieden zelfregienetwerken meerdere voordelen. Door inwoners vroegtijdig met elkaar te verbinden en onderlinge hulp te versterken, kunnen zwaardere en duurdere zorgtrajecten mogelijk worden verkort of voorkomen. Dit maakt de aanpak niet alleen sociaal waardevol, maar ook kostenefficiënt.
Daarnaast dragen deze netwerken bij aan samenredzaamheid. Inwoners leren elkaar kennen en helpen elkaar, wat resulteert in blijvende sociale netwerken. Het ondersteunt doelen die gemeenten zichzelf stellen op het gebied van participatie, zelfredzaamheid en preventie en sluit aan bij landelijke kaders zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het gedachtegoed van Positieve Gezondheid.
Hoe worden zelfregienetwerken opgebouwd?
Het opbouwen van een zelfregienetwerk is een proces dat stap voor stap groeit. Het begint met luisteren naar wat lokaal nodig is en het betrekken van inwoners en partners. Dit gebeurt in gefaseerde stappen: van het leggen van eerste contacten en het enthousiasmeren van betrokkenen tot aan de verankering van een netwerk dat goed past bij de lokale context.
Een kracht van deze aanpak is de combinatie van fysieke ontmoeting met digitale ondersteuning. Binnen het netwerk worden meerdere platformen ingezet:
Ondersteuning voor gemeenten
Ons team biedt ondersteuning aan gemeenten die willen werken aan zelfregienetwerken. Deze begeleiding omvat onder meer analyse van de lokale situatie, het meeontwikkelen van passende netwerken, scholing van kartrekkers en ervaringsdelers, implementatie van digitale tools en doorlopende ondersteuning bij monitoring en doorontwikkeling.
Gemeenten die meer willen inzetten op preventie, inwoners écht meer regie willen geven of de druk op zorg en ondersteuning willen verlagen, vinden in zelfregienetwerken een logische en praktische volgende stap.
Voor wie meer wil weten over de concrete aanpak van zelfregienetwerken, organiseert Zelfregietool op 19 mei 2026 om 14.00 uur een webinar waarin de bouw en inzet van deze netwerken verder worden toegelicht. Aanmelden kan via onze website.
Wil je meer informatie over onze zelfregienetwerken? Bekijk dan onze speciaal ingerichte pagina.
Heb jij ervaring met psychische kwetsbaarheid, een chronische aandoening, ziekte, herstel, mantelzorg, armoede of een ingrijpende gebeurtenis? En wil je die ervaring inzetten om iets te betekenen voor anderen?
In Roermond bouwen we aan een zelfregienetwerk. Een netwerk van mensen die geloven dat eigen regie, herkenning en gelijkwaardigheid een belangrijke basis zijn voor herstel en veerkracht. Binnen dit netwerk zoeken we ervaringsdelers.
Bekijk hier meer informatie over ervaringsdelers in roermond en de inloopbijeenkomst op 6 mei 2026 in Roermond
In Nederland groeit de zichtbaarheid van transgender personen, maar ondanks die vooruitgang is passende ondersteuning niet overal vanzelfsprekend. Vooral buiten de grote steden zijn ontmoetingsplekken schaars en kan het vinden van herkenning, steun en betrouwbare informatie een uitdaging zijn. Veel mensen die vragen hebben over hun genderidentiteit moeten lange afstanden afleggen voor een gesprek of zijn aangewezen op online groepen die niet voor iedereen vertrouwd of toegankelijk aanvoelen. Hierover zijn we in gesprek gegaan met Stephanie (59).
“Toen ik 3 jaar geleden op de wachtlijst kwam voor genderzorg, had ik nooit verwacht dat die wachttijd zou uitgroeien tot bijna 3 tot 4 jaar. In het begin was ik vol energie, vol vragen en met de hoop dat ik snel begeleiding zou krijgen. Ik ontdekte dat er in mijn regio (gemeente Roermond) vrijwel niets georganiseerd werd voor transgender personen. Als je andere trans mensen wilde ontmoeten, moest je naar Amsterdam, Groningen of zelfs Leeuwarden. Voor Limburg was er simpelweg geen plek om je verhaal te delen, vragen te stellen of lotgenoten te ontmoeten. Die leegte bracht mij ertoe om zelf iets te starten.”
Van idee naar eerste stappen
“Ik had al langer de wens om de opleiding tot ervaringsdeskundige te starten, maar deze bleek te kostbaar. Toen ik via-via in contact kwam met een training van zelfregietool voor het opzetten van een eigen zelfregiegroep, viel alles eigenlijk precies op het juiste moment samen. De training gaf me zowel handvatten als het vertrouwen om een eigen groep te beginnen. Zo ontstond het idee voor een transgender steungroep: Ontmoeten onder de regenboog.”
Bij deze groep kunnen mensen terecht voor vragen, het delen van ervaringen en steun. Met behulp van flyers en mond-tot-mondreclame meldden de eerste mensen zich aan.
Het persoonlijke verhaal erachter
“De diepere motivatie voor deze groep ligt in mijn eigen zoektocht. Als je op latere leeftijd ontdekt dat je transgender bent, komen er talloze vragen op je af. Twijfel speelt een enorme rol: Ben ik dit echt? Past het wel bij mij? Wat als ik me vergis? Juist omdat je al een groot deel van je leven in een andere rol hebt geleefd, kun je het verleden niet zomaar wegschuiven.
Online vond ik wel groepen, maar die bleken voor mij niet passend. Ik heb moeite met praten via een scherm: je ziet geen lichaamstaal, geen blik, geen trillende handen. Het voelt alsof je tegen een foto praat. Ik wilde echte mensen ontmoeten, echte gesprekken voeren, en echte verbinding voelen. In nationale transgendergroepen zag ik wel herkenning: mensen met dezelfde twijfels, dezelfde vragen. Sommigen zijn al dertig jaar in transitie en twijfelen nog steeds. Dat liet me zien dat twijfel onderdeel is van het proces. Het is iets dat je niet moet wegduwen, maar mag delen.
Juist daarom wilde ik in Limburg een plek creëren. Niet iedereen kan of wil reizen. Niet iedereen voelt zich veilig online. En niet iedereen durft in het dagelijks leven open te zijn over genderidentiteit. Een regionale groep biedt herkenning, steun en vooral een veilige omgeving waarin je gewoon jezelf mag zijn. Mét vragen, mét onzekerheden.”
Het is toch best lastig
“Het opzetten van zo’n groep blijkt complexer dan gedacht. Er zijn nu een aantal bijeenkomsten geweest, maar helaas neemt ook het aantal deelnemers af.
Maar het blijft belangrijk en nodig. Samen met een leefcoach van Vijf heb ik gekeken naar mogelijkheden om nieuw leven in de groep te blazen. We willen duidelijker communiceren wat de bedoeling is: een veilige plek voor mensen die vragen hebben over hun genderidentiteit, die ervaringen willen delen en die houvast zoeken in een complexe periode. Geen vrijblijvende ontmoetingsclub, maar een plek waar je terechtkunt met echte thema’s.
Het MamaCafé
In een tijd waarin bijna alles digitaal wordt, is de behoefte aan écht contact groter dan ooit. Dát biedt het MamaCafé. Kennis, steun, maar vooral verbinding is waar het bij het MamaCafé in Roermond om draait. Wat begon met een paar kopjes thee en een koekje in een speeltuin, groeide uit tot een bijzondere ontmoetingsplek voor ouders in Roermond en omstreken. Opgezet door een vrouw met een missie, iemand die uit eigen ervaring weet hoe het is om in de “tropenjaren” te zitten — met slapeloze nachten, zorgen om je kind, en het gevoel dat het allemaal op jouw schouders terecht komt. “Ik heb drie huilbaby’s gehad. Mijn jongste twee zijn zelfs in het ziekenhuis opgenomen. Op het moment dat je denkt: nu komt er lucht, nu gaat de jongste bijna naar school… kwam ik zelf in een heftige burn-out terecht. Alles wat ik had vastgehouden, kwam eruit.” De zorgen om je zieke kind/kinderen, de coronatijd thuis met drie en proberen te voldoen aan het perfecte plaatje om ‘alle ballen in de lucht houden’. Ze praat er open over. Eerlijk. Zonder opsmuk. En precies dát maakt haar zo geloofwaardig. Ze weet hoe het is als je moeder wordt en niemand vraagt echt hoe het met jou gaat. Dat je op Instagram alleen maar perfecte plaatjes ziet. Dat je soms schreeuwt om hulp, maar niemand het hoort.
Hoe het begon
Als jonge moeder verhuisde Gertrud vanuit de Randstad terug naar Limburg: “Ik had geen netwerk meer en zat alleen met kleine kinderen thuis tussen vier muren. Aan den lijve heb ik toen ervaren hoe eenzaam en zwaar die eerste jaren kunnen zijn. Het is niet automatisch zo dat ouders na de geboorte van hun baby terecht komen in een roze wolk; het kan ook een grijze of zelfs zwarte wolk zijn. Ik ontdekte het toenmalige MamaCafé in Roermond (destijds nog gericht op borstvoeding). Toen de oprichtster ermee stopte, twijfelde ik geen moment en maakte een doorstart in2020. Maar wél op mijn manier. Ik vroeg om volledige vrijheid – en die kreeg ik.
Toen heb ik alles opnieuw opgebouwd, met enkel een Facebookgroep en de naam als uitgangspunt. Met mijn achtergrond als Sociaal Pedagoog in zware jeugdhulpverlening, vrouwenopvang en begeleiding van ‘multi-problem gezinnen’, wist ik hoe waardevol het is om er niet alleen voor te staan. Mijn hart ligt bij gezinnen. Vanuit mijn werk weet ik hoe belangrijk het is om preventief te werken: ouders ondersteunen, zodat kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Want de kinderen van nu zijn de volwassenen van straks.
Waar we nu staan
Inmiddels zijn we vijf-en-een-half jaar verder en is het MamaCafé Roermond uitgegroeid tot een
bloeiende community en telt de Facebookpagina meer dan 800 volgers. Ook via Instagram groeit onze community. Het begon als een klein koffiemoment (de oprichtster betaalt de koffie en thee soms zelf -niet omdat ze het kan missen, maar omdat ze gelooft dat een koffiemoment er echt bij hoort). Elke derde woensdag van de maand komen ouders samen op een plek waar niks moet, maar alles mag. In de winter zitten we in de stadsbibliotheek en zomers buiten in speeltuin de Kitskensberg. Je hoeft je niet aan te melden, er is geen drempel. Soms zijn er vijf ouders, soms dertig. Maar altijd is er ruimte voor verbinding, een luisterend oor.
Elke maand organiseren we bijeenkomsten – om de maand met een gastspreker over thema’s rondom kinderen van 0 tot 4 jaar, van draagdoekconsulent tot voedingscoaches. Er wordt peuterdans gegeven, een slaapcoach geeft advies, peutergym, kinder-EHBO en muziek op schoot. Alles draait om ontmoeting en uitwisseling. En bovenal: alles is op vrijwillige basis. In de zomervakantie maken we er een picknick van, waar ook oud-bezoekers op afkomen. Wat het MamaCafé bijzonder maakt? Het is volledig vrijwillig opgezet en uitgevoerd. Ik doe dit zonder subsidie of vaste ondersteuning. Toch organiseer ik kledingbeurzen, wandelingen, mama-dates, en zelfs een carnavalsoptocht. We hebben een appgroep met ruim 90 moeders waar alles gedeeld wordt: vragen, ervaringen, spullen, steun. Ouders helpen elkaar. En dat is precies waar het om draait.
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn”
In een wereld waar alles sneller lijkt te gaan, waar ouders soms het niet meer weten, is er één plek waar je gewoon even mag zijn. Waar je welkom bent zoals je bent met wallen onder je ogen, metvragen in je hoofd, of gewoon met je kindje op schoot. Die plek is het MamaCafé. De kracht zit in de herkenning. Iemand zegt: “Mijn kindje heeft uitslag.” Drie moeders reageren meteen geruststellend: “Oh, dat is gewoon de zesde ziekte. Gaat vanzelf over.” Dat soort gesprekken halen spanning weg. Je voelt: ik ben niet alleen.
Mijn droom?
Dat ik dit werk mag blijven doen, liefst beroepsmatig. Dat er ruimte komt – in beleid én financiering –om preventieve, verbindende initiatieven als die van mij verder te laten groeien. Want als je een ouder ondersteunt, geef je een kind de kans om veilig en gezond op te groeien. Daar begint alles mee. Vooralsnog regel ik alles zelf – van de planning en communicatie tot het contact met locaties. Gelukkig krijg ik bij grotere evenementen, zoals de kledingbeurs, hulp van andere moeders in de opzet en uitvoering. Ik vind het belangrijk om ook anderen te stimuleren om initiatief te nemen. Als iemand een goed idee heeft – zoals de kledingbeurs – help ik graag om dat via het MamaCafé te realiseren.
De kracht van een burgerinitiatief
Ondanks het succes draait alles nog steeds op vrijwillige inzet. Subsidie is er niet, maar wél veelbetrokkenheid. Gertrud heeft aanvragen gedaan, echter zonder resultaat, maar ze laat zich niet ontmoedigen. Ze meldde zich aan voor EmPOWER jouw initiatief en won zelfs de tweede prijs – een geldprijs van €500 die ze zorgvuldig wil inzetten: voor flyers, kerstcadeautjes voor de kindjes, of een attentie voor de vrijwilligers. “Je kunt zoveel doen met weinig middelen – als je het maar met je hart doet. Toch begint het na vijfeneenhalf jaar weleens te wringen. Gelukkig dragen ouders soms vrijwillig bij, en werken we samen met lokale partijen zoals de bibliotheek, de Groene Transformator en Sportservice Roermond. Maar structurele steun zou enorm helpen daarom deed ik ook mee aan EmPOWER jouw Initiatief.
Dromen over de toekomst
“Het mooiste aan het MamaCafé? De relaties die ontstaan. Ouders die elkaar voor het eerst spreken,
en jaren later nog steeds contact hebben. Moeders die elkaar ontmoeten tijdens een wandeling in coronatijd en vriendinnen worden. Een vader uit Canada die langskomt met zijn gezin en geraakt wordt door het concept. Ik had laatst een moeder die zei: ‘Ik heb lang getwijfeld, maar ik ben er toch’.
Toen heb ik haar meteen gecomplimenteerd. Want als je die drempel over durft, heb je de grootste stap al gezet.” Dromen zijn er. Het Café floreert. Maar het blijft allemaal draaien op één persoon, met de hulp van vrijwilligers en een partner die achter me staat. “Mijn wens? Dat iemand zegt: ‘Wat jij doet is zó waardevol, wij willen dat je dit groter maakt.’ Dat een organisatie of gemeente zegt: ‘Kom voor ons werken. Of laat ons jou inhuren als zzp’er.’ Want ik weet: dit werkt en het bewijs is er. Ouders hebben dit nodig. Dat weet ik niet alleen uit ervaring, maar ik zie elke maand opnieuw wat er gebeurt als je mensen samenbrengt. Als je de ruimte geeft om écht te praten. Als je laat zien dat hetouderschap niet altijd licht is, maar dat je er niet alleen in hoeft te staan.
Eén boodschap blijft hangen:
“Als je eenmaal bij het MamaCafé bent geweest, hoef je nooit meer alleen te zijn.” Geen slogan. Gewoon de waarheid!
Ken jij ons gloednieuwe WHO CARES zelfregietool magazine?
Een magazine vol handige tips en ervaringsverhalen, waar wij je willen laten zien waarom jij belangrijk bent. Hoe praten met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt kan helpen. En ontdek hoe jij zelfregie kan inzetten en wat er al mogelijk is bij jou in de buurt.
Wil jij het magazine ontvangen?
Bestel hier een papieren exemplaar helemaal gratis.
Lees je liever digitaal? Dat kan hier
Stichting ‘Ik begin’ – Remy Kreutz initiatiefnemer en perspectiefbieder
‘Als je even niet weet waar je moet beginnen zetten wij je in je kracht’
Psychische problemen, steeds meer mensen hebben er last van. Jong en oud. Wachttijden zijn lang en als je al hulp krijgt dan ben je niet snel geholpen. Het kan maanden of jaren duren voordat het weer beter met iemand gaat. En áls het dan beter gaat, wat dan?
Remy en Ger starten 2017 de stichting ‘Ik begin’. Ze weten uit ervaring dat het niet makkelijk is om ‘zomaar’ weer te beginnen. Want hoe moet dat? Ben je wel goed genoeg? Gaat het zo dadelijk weer mis? Ze ontwikkelden een cursus van 13 weken waarin ze op zoek gaan naar jouw kracht. Naar wie je bent en wat jíj kan. En dat doen ze samen met jou. Stap voor stap.
De cursus ‘Krachtig’ aan herstel!’
De cursus is bedoeld als startpunt, gericht op je persoonlijk herstel. We maken problemen bespreekbaar en gaan niets uit de weg. We inventariseren wat nodig is om je weer te activeren en helpen hierbij. De manier die bij jou past zoeken we samen. Hulp en ondersteuning vragen is geen schande, maar kan juist helpen om tot een oplossing te komen of verlichting te bieden.
Beginnen, maar hoe?
Ieder begin is moeilijk, die eerste stap is de lastigste. We starten met een persoonlijk gesprek waarin duidelijk wordt wat je kunt verwachten en waar je voor kiest. Mensen die bij ons komen weten vaak niet meer wat ze willen (wel wat ze niet meer willen). Je opnieuw bewust worden van je eigen mogelijkheden, talenten en creativiteit. Daarmee gaan we actief aan de slag. Motivatie is daarbij een voorwaarde want zonder motivatie is herstel niet mogelijk. In eerste instantie schrikken mensen daarvan. Dan slaan angst en twijfel toe. ‘Kan ik dat wel?’
Voor iedereen anders
Inzicht krijgen in wat je wil en kan. Dat is voor iedereen anders. Ernaar op zoek gaan is niet makkelijk. Maar wanneer je de lat niet té hoog legt, je grenzen leert bewaken én er een doel aan verbindt zijn er stappen in de goede richting gemaakt. Dat betekent niet dat je daardoor genezen bent van een psychische ziekte. Wél dat je kunt herstellen en jezelf weer nuttig en waardevol voelt.
De stichting ‘Ik begin’
De stichting ‘Ik begin’ is bestemd voor mensen met problemen op meerdere levensgebieden. Voor mensen die hun situatie als uitzichtloos ervaren. In de gebruikelijke hulpverlening vallen ze soms tussen wal en schip. Juist daarom zijn we begonnen met de stichting. Omdat hulp hard nodig is!
We bieden een plek in het centrum van Venray waar je kunt oefenen om weer actief deel te nemen aan de maatschappij. Dat gaat niet zomaar vanzelf. Er wordt hard gewerkt op een persoonlijke, laagdrempelige manier. Motivatie is zoals gezegd het belangrijkst. Je moet het écht willen, maar er mag gelukkig ook worden gelachen…
‘Lachen met problemen is zo gek nog niet’
Een van de mooiste dingen in het leven is humor. Niet dat je daardoor je problemen oplost. Maar je kunt wel blijven huilen; uiteindelijk moet je toch door… Humor helpt om te relativeren en zorgt daarmee voor meer ontspannen sfeer. Het creëert ook openingen in de cursus. Zo hebben we met ons team om een oude ‘Ernie’ pop een kistje gebouwd met daarop de tekst: ‘Wie niet wil beginnen zal ER-NIE zijn.’ Als iemand niet op komt dagen bij de cursus zet ik het ding op tafel. Daar kun je om lachen, maar het kan natuurlijk ook pijnlijk zijn. Het mág ook pijn doen, want dan blijft het in ieder geval hangen. Het is namelijk wel helpend bedoeld. Aan het begin van de cursus gebruiken we een dobbelsteen als niemand het woord wil nemen. Want dan gaat het spelenderwijs. Dan lukt het wél en moeten we lachen om die gekkigheid. Op die manier kwam ik op het idee om een theatervoorstelling te bouwen met als thema ‘Lachen met problemen is zo gek nog niet.’ De voorstelling heeft heel goed uitgepakt en is zeker voor herhaling vatbaar. Ik houd ervan om dingen in beweging te brengen, om verrassend en creatief bezig zijn. Kijken waar je gelukkig van wordt maar ook waarvan juist niet. Je moet jezelf kunnen blijven en met je hart spreken. Ik heb geleerd dat het kan. En eigenlijk weet je dat wel, maar ja – je moet het ook nog doen. Dat doet iedereen anders in zijn eigen tempo, op zijn of haar eigen kracht en niveau.
Maar je moet wél beginnen!
Remy’s persoonlijke verhaal laat zien dat je uit de misère kunt komen.
Op www.ikbeginvenray.nl vind je meer informatie hierover.
‘Ik heb te maken gehad met diverse diagnoses waarin ook medicatie weinig tot geen effect had. Voor mij is het houden van ritme en structuur iets waar ik blijvend op moet letten. Ik weet hoe het voelt en begrijp je weerstand.
Iris is 33 jaar en heeft al heel wat meegemaakt in haar leven. Met vier burn-outs achter de rug en een auto-immuunziekte probeert ze nu dichter bij zichzelf te blijven.
“Ik ben soms onverklaarbaar moe. Ik heb jarenlang weggestopt hoe ik mij écht voel. Daardoor ben ik ook vier keer in een burn-out terecht gekomen. Blijven doorgaan, in de hoop, dat het dan vanzelf een keer goedkomt is niet mijn oplossing. Op dit moment ben ik een stuk verder in het erkennen en herkennen van mijn energetische schommelingen. (Zelf)acceptatie is nog een te groot woord.
Ik vind het lastig mijn continue veranderende grenzen aan te blijven. Iedereen heeft veel op zijn bordje en mensen plaatsen je direct in een hokje met verwachtingen. Kun jij van jezelf accepteren en toegeven aan een ander, dat iets vandaag niet zo vanzelfsprekend of zelfs helemaal niet haalbaar is, terwijl dit gisteren prima ging? Ook als je weet of voelt dat hier eigenlijk de ruimte niet voor is?
Lang heb ik, voornamelijk vanuit angst voor afwijzing, onbegrip of vervelende reacties, het altijd eerst zelf op een “creatieve” manier proberen op te lossen. Hierin heeft het gevoel dat ik hier steeds beter en vaker in leek te slagen niet geholpen.”
Opleiding Sociaal Werk en ervaringsdeskundigheid
“In 2022 ben ik voor de laatste keer uitgevallen met een burn-out. Toen heb ik gepoogd het roer radicaal om te gooien voor mezelf. De strijd voor mezelf in plaats van met mezelf aan te gaan. Via een tip uit mijn omgeving, gesprekken met een werkcoach van het UWV en het volgen van de cursus ‘Herstellen doe je zelf’ was ik overtuigd van mijn nieuwe omscholingskeuze. Om te starten met de opleiding Sociaal Werk, met specialisatie ervaringsdeskundige, bij gildeopleidingen Roermond.
Vol goede moed ben ik vorig jaar november begonnen aan deze driejarige opleiding. Voor het eerst in mijn leven ben ik 100% eerlijk geweest, tijdens het sollicitatieproces, over mijn ambities en de aanwezige onzekerheden en kwetsbaarheden. In het begin voelde de combinatie van 24 uur werken en 1 lesdag van 5,5 uur per week als haalbaar. Ik was dankbaar dat ik weer aan het werk kon en de mogelijkheid om met gelijkgestemden te leren en ervaren op een interactieve manier. Echter bleek al snel dat de openheid over hoe ik mij voelde en de daarbij horende onzekerheden niet, zoals ik zelf verwachtte, lat verlagend werkte. De belasting van de vaste uren, ook al waren dit er minder en anders van aard, begonnen mij over tijd weer op te breken.”
Durf lastige vragen te stellen
“Trots ben ik op mijn gemaakte keuze te stoppen. Deze keuze heb ik gemaakt na meerdere onsuccesvolle pogingen, om in samenwerking met school en werk, dit energielek te verwijderen. Stoppen voelde niet als falen, maar als kiezen voor mezelf. Leuk blijft anders, ditmaal voelt het niet als een stap terug maar juist als een stap vooruit. Ik heb geleerd van deze ervaring en het nauwe contact met de anderen studenten in de klas.
Vanaf dag 1 zijn wij al gestopt met oppervlakkig delen en kozen wij er bewust voor onze herstelverhalen en proces te delen met elkaar. Hierdoor durfden wij elkaar direct ook lastige vragen te stellen, gaven we elkaar de ruimte om aan te geven als de vraag voor nu nog te persoonlijk voelde of de manier waarop deze gesteld werd onprettig.
In het algemeen merk ik dat mensen mijn openheid/humor soms lastig vinden. Als iemand vraagt ‘Hé Iris, hoe gaat het met je’ en je antwoord met ‘nou niet lekker eigenlijk, mijn haren wassen was een hele opgave vanochtend’ is dat niet een antwoord waar iedereen wat mee kan. Na een ongemakkelijke stilte, komt een gesprek vaak snel ten einde. In de opleiding vond ik het erg leerzaam om ieders verhaal te horen. En was het oké om te zeggen, pfoe ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik hierop moet zeggen. Wil je hierover meer delen? Ondanks de grote persoonlijke verschillen, voelde ik me erg snel verbonden en onderdeel van de groep. Ik durf ze zelfs nu, na het stoppen met de opleiding, wel een appje te sturen met een hulpvraag.”
Mijn hobby: Wingfoilen
Iris haar ogen beginnen te stralen als ze het over haar hobby heeft: Wingfoilen, waar je met een opblaasbare vlieger in je hand, op een plank, iets boven het water surft. “Daar kan ik gewoon mijzelf zijn en hoef ik niet te vertellen hoe ik mij voel. Ook al ga ik maar een uurtje, ik vind het fantastisch om te doen. Zodra de plank uit het water komt, voel ik mij vrij. Soms vragen mensen wel ‘ga je nu alweer naar huis?’, maar toch ga ik dan. Ik moet gewoon heel goed op mijn energie letten, tegenwoordig kan ik steeds beter nagenieten dat ik het fijn heb gehad dat ene uur.”
Vrijwilliger bij de depressievereniging
“Ik heb mij heel lang onbegrepen gevoeld. Vanaf mijn elfde voelde ik mij steeds onzekerder en twijfelde ik aan mijn eigen kunnen. Ik probeerde mij te meten aan maten waar ik mij helemaal niet meer aan kon meten. Daardoor ben ik heel erg aan mijzelf gaan sleutelen, om zo te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Het duurt een hele tijd voordat je zelf kan accepteren dat je in periodes minder kan. Ik voelde mij een leeg persoon vanbinnen. Gevoelsmatig heb ik mijn verhaal nooit helemaal kunnen delen. Liet ik mij onbewust door gevoelens van verdriet/onmacht en eenzaamheid tegenhouden, als de ander mijn beschreven gevoelens niet helemaal kon volgen of hierdoor geraakt werd. Bij de Depressievereniging vind ik de (h)erkenning wel. Daar kan ik gewoon zeggen ‘Ik voel mij niet oké vandaag’, zonder dat er dan direct anders naar mij gekeken wordt.”
Samen weet je meer dan alleen
Iris is gespreksbegeleider bij de Depressievereniging, maar doet soms ook mee als deelnemer als ze dit nodig heeft. “Het is een groep waar open over alles gesproken wordt. Het is belangrijk dat iedereen zich veilig voelt. We beginnen meestal met een rondje hoe het met iedereen gaat. Zijn er afgelopen twee weken dingen gebeurd die je wilt delen of speelt er iets waarmee je zit? Vanuit daar gaan we soms verder op een thema wat naar voren komt. Er ontstaan serieuze gesprekken, tegelijkertijd wordt er ook bijna elke bijeenkomst door iedereen gelachen. Je deelt zowel negatieve als positieve ervaringen met elkaar. Een gouden regel: ongevraagd advies geven we niet.
Eigen regie en kracht
“Ik ben heel erg dankbaar voor mijn vriend, ouders, broers en goede vrienden waar ik altijd mijn verhaal mag doen. Nu denk ik soms ‘had ik op mijn 11e maar stellig durven zijn, durven vertrouwen op mijn ervaren waarheid, dan had mijn leven er zoveel anders uitgezien. Tegelijkertijd ben ik blij met mijn kennis van nu. Ik heb keer op keer mogen ervaren dat je echt zelf je eigen regie moet pakken en alleen zo in je kracht komt en blijft staan. Dat je hierbij rekening mag houden met zowel de limieten van een ander als van jezelf.
Durf jezelf in de spiegel aan te blijven kijken en dan te vragen: wie ben ik? Wat wil en kan ik met deze kennis doen vandaag? Niets is een lastig en realistisch antwoord soms, durf hier met iemand over te praten als je vast blijft zitten in dit gevoel en als het gesprek niet helpend voor je werkt.”
Rust Roest
“Van deze belemmerende oude overtuiging ben ik teruggekomen. “Me-time” is heel belangrijk voor mij geworden. Er zijn dagen dat het waait en ik bewust thuisblijf omdat ik voel dat wingfoilen vandaag te veel is. Tegelijkertijd geloof ik nog steeds dat enkel door dingen uit te proberen, een echte kans te geven, je kunt leren wat bij je past. Mijn zoektocht gaat verder en dat ik er nog niet ben of verder ben op mijn 33ste , ook hier probeer ik met een mildere blik naar te kijken en tegen mezelf te blijven herhalen dit is oké.”
Elly is een levenslustige en positief ingestelde vrouw. Als ambulant hulpverlener zet ze zich met hart en ziel in voor gezinnen die het moeilijk hebben. Gelukkig getrouwd met Richard en moeder van drie kinderen leidt ze op alle fronten een ‘rijk gevuld’ leven. Toch gaat het elf jaar geleden op een vrijdagochtend in november mis. Elly stapt uit het leven. Was haar keuze te voorkomen?
Dat blíjft de vraag waar achterblijvers geen eenduidig antwoord op krijgen.
Het gebeurt
‘Toen ik die bewuste ochtend rond achten wakker werd, was het alsof iets me stak’. Ik voelde dat er iets was gebeurd en dat het niet goed was. In de woonkamer trof ik mijn zoon aan met eenzelfde voorgevoel. Na twee eerdere pogingen wísten we bijna zeker dat datgene waar we het meest voor vreesden was gebeurd. Helaas was dat ook het geval. Uiteindelijk kon Elly in het leven niet meer de rust vinden die ze nodig had. Ze had haar keuze gemaakt. Wat er dan met je gebeurt en hoe dat precies werkt is moeilijk in woorden te vangen. Je kunt het niet van tevoren bedenken. Mij zette het in ieder geval – naast alle emotie – aan het denken. Ik heb daar ook een bepaald beeld bij. In mijn optiek heeft ieder mens in zijn leven een bepaald energielevel. Sommigen mensen kunnen dat zodanig verdelen dat ze daarmee honderd jaar worden. Bij anderen lukt dat kennelijk niet en worden ze, zoals Elly, maar 52. Misschien leven ze te intens, kost het te veel energie en ontstaat er daardoor een soort ‘kortsluiting’. Anderen weten die knop dan wel weer om te zetten. Ik weet natuurlijk ook niet hoe het precies zit maar in mijn beleving is ‘leven’ meer dan alleen een aaneenschakeling van toevalligheden. Noem het synchroniciteit als je wilt. Ik ben niet spiritueel, maar geloof wel dat er iets is wat ons levensplan beïnvloedt en dat iedereen daar op zijn eigen manier mee omgaat.’
Over muziek, troost en verwerking op Mont Ventoux
Terugkijkend op de periode na haar dood zie ik nu hoe we met zijn allen, met vallen en opstaan, verder zijn gegaan. Want dat is onvermijdelijk. Je moet toch door…
Je probeert van alles om de pijn te verzachten. Meditatie, meer de natuur in, maar ik heb
vooral veel aan muziek gehad. In de verwerking bij het gemis aan haar heeft dat me het meest geholpen en me in zekere mate mede gebracht tot waar ik nu ben. Muziek heeft mij – maar ook mijn kinderen – steun gegeven. Het biedt troost. Luisterend naar bepaalde muzieknummers van bijvoorbeeld John Paul Young het nummer ‘Love is in the air’ (op die muziek hebben we elkaar leren kennen) en Bløf (het nummer ‘Stilte’) ging het leven samen met haar aan mijn ogen voorbij en kwam er naast het grote verdriet ook ruimte voor het leven dat we 35 jaar lang hebben gedeeld. Met mijn kinderen ben ik de Mont Ventoux op gegaan om afscheid van haar te nemen. Een gedeelte van haar as hebben we daar ook uit gestrooid, die kwam bij toeval deels terecht op een Zwitserse auto. ‘Gaat ze ook naar Zwitserland’, grapten we. Gek genoeg kom je er dan achter dat humor relativerend werkt bij rouwverwerking. Ze zou er zelf om hebben gelachen.
Erover praten helpt
Dat deed ik uiteraard met onze kinderen. We zijn hierin altijd heel open naar elkaar geweest en nog steeds. Ondanks het gemis zijn de kinderen daardoor krachtig genoeg om hun eigen plek in het leven te kiezen. Maar op speciale momenten, toen ze bijvoorbeeld zelf ouders werden zijn we ook het gesprek over hun moeder op dat moment niet uit de weg gegaan. ‘Wat voel je nu?’ Zelfs de kleinkinderen weten van het bestaan van oma ‘Sterretje’. Op die manier geven we invulling aan ons verdriet en ons leven. Met het kerngezin blikken we terug, praten we over haar in de tegenwoordige tijd. Op die manier is ze nog steeds bij ons en daar putten we kracht uit. We leven in het nú, maar we nemen de mooie herinneringen mee. Elly kwam uit een groot gezin van negen kinderen waarvan zij de jongste was. Ik ben apart met al haar broers en zussen gaan praten want ook voor hen was het niet makkelijk. ‘Je mag vragen wat je wilt’, gaf ik aan en dat hebben ze gedaan. Dat was goed, zowel voor hen als voor mij. Ook praten met collega’s heeft me na mijn re-integratie geholpen. Je komt onderweg diverse mensen tegen van wie je leert. Ik heb een soort ‘antenne’ gekregen, ben bewuster geworden en leerde de kleine dingen in het leven nog meer waarderen. In de waan van de dag ga je daar toch vaak aan voorbij. Ik ben beschouwend geworden, schrijf en durf me meer open te stellen. Ook oordeel ik veel minder snel.
Iedere zelfdoding heeft zijn eigen verhaal en elk verhaal heeft een groot effect op de omgeving.
Ik denk erover na om een zelfregie groep ‘Nabestaanden Suïcide ’op te richten. Ik heb daar nog geen concrete stappen in ondernomen maar mocht je na het lezen van dit verhaal ook iets willen betekenen
om een helpende hand te bieden, neem dan contact op met Burgerkracht Limburg.