• Nieuws
  • Mantelzorg en dementie, je kunt nog zoveel betekenen, dát heb ik geleerd in het mantelzorgcafé

22 januari 2024

Wie ik was, wie ik ben en wat ik nog steeds wil doen
Willy Andriessen is 82 jaar en woonachtig in Weert. Ze is mantelzorger voor haar man Cees met wie ze al 57 jaar lief en leed deelt.  ‘Huisvrouw ben ik altijd met veel plezier geweest. Mijn man had een drukke baan maar hoefde zich thuis nergens druk over te maken. Daar zorgde ík voor.’ Het paar heeft twee kinderen die beiden in de buurt van Den Bosch wonen. De mantelzorgtaken worden daardoor merendeels door Willy ingevuld. Vroeger deed ze dat van huis uit, maar sinds twee jaar woont Cees in Hornerhof. Mantelzorger is ze nog altijd. Alleen nu anders.

‘Als het niet meer gaat moet je veranderen; en daar ga ik dan met mijn rollator’
Mijn man werd ziek. Dat gaat niet van de een op de andere dag. Mensen die verder van hem afstonden hadden het eerder in de gaten dan ik. Tot ik het ging merken aan kleine dingen zoals autorijden. Hij ging bijvoorbeeld steeds meer naar rechts rijden. Vasculaire dementie is progressief. Het geheugen laat het steeds meer afweten. Cees kreeg een wat feller randje, viel steeds vaker en ik kon hem niet optillen. Zo lang mogelijk heb ik hem thuis verzorgd, steeds weer het onvermijdelijke uitgesteld. Maar op een gegeven moment gaat dat lichamelijk niet meer, maar ook mentaal niet. Dan wordt de situatie onhoudbaar. Ik sliep niet meer, at niet goed. Ik was op. Mijn eigen gezondheid is ook broos en dan moet je toch echt gaan oppassen want anders ga je er zelf nog eerder aan onderdoor. Als het uiteindelijk te zwaar wordt moét je wel keuzes maken of je wilt of niet. Ik had een gelukkig een hele goede casemanager. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik werd geholpen en nu woont Cees in Hornerhof. Ik bezoek hem een paar keer per week. Zo vaak als ik kan. Daar loop ik zelf naartoe. En daar ga ik dan met mijn rollator. Mijn ooit zo actieve man is veranderd in ‘een mannetje in een stoel, die zit, kijkt en vooral veel slaapt.’ Als ik iets vraag geeft hij antwoord, maar zelf vertelt hij niets meer. Hij is steeds meer in zichzelf gekeerd. Dat ‘plaatje’ is veranderd maar zijn blik volgt me nog overal. Het doet pijn wanneer ik weer weg moet. Soms lopen de tranen me over mijn wangen als ik dan onderweg naar huis ben. Tegelijkertijd realiseer ik me ook hoe waardevol het is dát ik er ben. Als hij slaapt praat ik met medebewoners, geef ze een schouderklopje. Dan lichten hun oogjes op. Dat doet hén goed maar doet ook iets met mij. Geeft ook míj het gevoel dat ik nodig ben, dat ik van betekenis ben. Menselijk contact is door niets te vervangen, voor niemand. Daar gaan we soms veel te snel aan voorbij. Als ik daarbij zie hoe hard mensen in de zorg moeten werken met veel te weinig personeel dan begrijp ik ook goed dat er minder tijd is voor die belangrijke contactmomenten. Dat is schrijnend om te zien. Iedereen doet wat hij kan maar ik vrees voor goede zorg in de toekomst. Ik probeer op mijn manier een steentje bij te dragen.

‘Je kunt áltijd iets voor een ander betekenen en daar krijg je zóveel voor terug!’
Ondanks alles is Willy een ras-optimist. Haar stem klinkt jong, enthousiast, haar glas is halfvol. Ze gaat er op uit. Nu nog veel meer dan vroeger. Daarin is ze gegroeid. Ze heeft het moeten leren met vallen en opstaan. Maar zo zie je dat je nooit te oud bent om te leren en dat oefening nog steeds kunst baart! Haar advies: ‘probeer mensen in je omgeving te vinden die iets voor je kunnen betekenen. Probeer bij te blijven en van je hobby’s en de mooie dingen te genieten’. 

Het mantelzorgcafé: ‘je zit samen in een bootje en vaart in hetzelfde slootje’
Ik ben naar de cursus ‘Omgaan met dementie’ gegaan heb ‘Vitaal met dementie’ volgens de PEPP4ALL gevolgd. Beiden kan ik iedereen aanraden want je kunt er zó veel aan hebben.  Je leert van elkaar en hoeft aan de andere kant niets te zeggen of uit te leggen want ze hebben allemaal hetzelfde meegemaakt. Je begrijpt elkaar zonder woorden. Op de één of andere manier is dat helend en voel je je toch minder alleen.