Hulp van lotgenoten bij Corona
skip to Main Content

Ervaringsverhaal

Sinds de lagere school stotter ik. Al snel kwam ik er achter dat wanneer ik mijn mond hield en lastige spreeksituaties en woorden uit de weg ging, ik mijn stotteren kon omzeilen. Uiteindelijk lukte het me om tijdens mijn schooltijd hier nog mee weg te komen. Later toen ik ging werken, kon ik mijn stotteren steeds minder goed verbergen en had ik moeite om hier mee om te gaan. Hierop besloot ik hulp te gaan zoeken.
In mijn zoektocht om van het stotteren ‘af te komen’ heb ik van alles geprobeerd; logopedie, diverse stottertherapieën, hypnotherapie en meer. Soms hielp een bepaalde aanpak wel voor een tijdje, maar vervolgens viel ik steeds weer terug naar mijn oude manier van spreken. In 2009 kwam hier verandering in toen ik iemand enthousiast en welbespraakt hoorde vertellen over zijn deelname aan het McGuire-programma. Ondanks dat ik nogal sceptisch was geworden door mijn voorgaande teleurstellende ervaringen met andere therapieën, besloot ik dit programma toch een kans te geven. Tijdens en vooral na de cursus merkte ik het verschil: voor de eerste keer in mijn leven voelde ik me écht vrij om te zeggen wat, hoe en tegen wie ik iets wilde zeggen. Dit gaf zo’n overweldigend gevoel dat ik al snel besloot om er volledig voor te gaan!
Sindsdien zijn mijn spreken en persoonlijke ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt. Niet alleen heb ik geleerd om beter met mijn stotteren om te gaan, maar ook heb ik plezier in het spreken. Daarnaast sta ik tegenwoordig positiever, assertiever en vrijer in het leven.
Dankzij het programma weet ik nu wat het betekent om eigen verantwoordelijkheid te nemen en ben ik tot het inzicht gekomen dat stotteren meer is dan niet alleen uit je woorden kunnen komen. Zo ben ik er achter gekomen dat mijn jarenlange ontwijkende gedrag mijn stotteren juist in stand hield. Dit diepgewortelde gedrag doorbreken en vervangen door nieuw gedrag vergt tijd en doorzettingsvermogen en is onderdeel van het proces op weg naar welbespraaktheid. Als je gebruik blijft maken van alle mogelijkheden die het McGuire-programma biedt, ben ik er van overtuigd dat welbespraaktheid voor iedereen die stottert mogelijk is.


Nog een ervaringsverhaal:

“In mijn herinnering gebeurde het vrijwel van de ene dag op de andere. Op de lagere school was er niets met mij aan de hand, ik speelde mee in toneelstukjes en stond graag in de belangstelling. Maar ik was amper een week op de middelbare school – onzeker, verlegen meisje in een grote pubermassa – en het lukte me niet meer om vloeiend te spreken.”

Middelbare school
Ik vond mezelf saai en onbetekenend en wilde het liefst zo weinig mogelijk opvallen. En dat lukte best, behalve wanneer ik een beurt kreeg in de klas. Dan waren alle ogen op mij gericht. Ik probeerde dat wat ik moest zeggen zo snel mogelijk af te raffelen, maar dat ging niet: het leek wel of mijn keel werd dichtgeknepen. Binnen een paar weken begon ik ook buiten de klas te stotteren. Ik herinner me dat het herfstvakantie werd en ik in mijn kinderlijke naïviteit dacht: ‘Nu houd ik een hele week mijn mond dicht; dan is het na deze vrije week vast over’.

Heel lang ben ik blijven hopen dat ik ooit, op een dag, wakker zou worden en dat ‘het’ zomaar weg zou zijn. Die verstikkende band om mijn keel. Ik zou dan weer alles kunnen zeggen wat ik wilde, grappen maken, voordrachten houden. En iedereen zou ademloos aan mijn lippen hangen. Daar droomde ik van, jaar in jaar uit. Maar die ene dag kwam nooit. Vooral mijn middelbareschooltijd was zwaar. Mijn leven bestond uit opzien tegen allerlei spreeksituaties en opgelucht zijn wanneer ze weer achter de rug waren. De opluchting hield nooit lang aan. Want altijd lagen er weer nieuwe, enge momenten op de loer. Spreekbeurten waren een nachtmerrie, goed voor drie weken niet slapen. Een keer kreeg ik een vijf. ‘Dit kan echt niet, dat praten van jou,’ zei mijn leraar Nederlands bot.

Stottermonster
Weinig buitenstaanders begrijpen hoe sterk stotteren je leven bepaalt, denk ik. Alleen andere stotteraars snappen dat. Ze weten, net als ik, dat je iedere dag als toeschouwer kijkt naar je eigen leven. Niet jíj bepaalt wat je doet, maar het onbetrouwbare stottermonster. Hij bepaalt wat je drinkt in een café. Of je die vriendin belt of toch maar liever een sms’je stuurt. Hij maakt uit of je naar dat feest je kettinkje weer draagt met je naam in sierlijke gouden letters, opdat mensen niet twee keer naar je naam vragen. Of je halverwege een mop net moet doen alsof je de clou vergeten bent, omdat je al voelt dat het niet gaat lukken.
De smoesjes, de trucjes. Het wordt een tweede natuur.
Het stottermonster bepaalt hoe lang je naar je strippenkaart zoekt in de bus – tot het moment dat je weet dat je die eerste letter van je bestemming eindelijk kunt verhapstukken. Of je reageert op de flirtende blikken van die leuke jongen daar in de discotheek. Als je een slechte avond hebt, negeer je hem. En thuis in je bed woel je twee uur lang: weer een kans verpest. Weer een slapeloze nacht.
Het kan ver gaan, heel ver. Het stottermonster kan je voorschrijven welke studie je kiest. Wat voor baan je neemt. Of durft te vragen om opslag, om promotie. Het stottermonster kan zelfs bepalen of je voor een kind gaat. Of niet. Want wat heeft het kind aan een moeder of vader die het niet eens normaal telefonisch ziek kan melden?

Ik, journalist?
Na mijn middelbare school had ik graag naar de school voor journalistiek gewild. Maar dat was uitgesloten. Ik zou daar veel voordrachten moeten doen en dat zag ik niet zitten. Bovendien: iedereen verwacht van een journalist dat hij goed gebekt is, zonder schroom overal op af durft te stappen, mensen durft te confronteren, met woorden in het nauw kan drijven. Ik, journalist? Ha ha! Het stottermonster stuurde mij de gemakkelijkste kant uit, en zorgde ervoor dat ik via veel omwegen, twee jaar werkeloosheid en vervelende baantjes ver onder mij niveau, op een advocatenkantoor belandde, waar ik brieven uittypte, de boekhouding deed en iedere dag weer met kloppend hart zat te hopen dat de telefoon níet zou overgaan.

In mijn privé-leven hield ik mij stoer, deed alsof het me niet zoveel kon schelen dat ik haperde. Maar de schaamte went nooit en gaat nooit over. Natuurlijk, bij sommige mensen voel je je meer op je gemak dan bij anderen. Maar de gêne, het minderwaardige gevoel blijft, altijd.

De omslag
En toen kwam de dag dat ik besloot dat ik genoeg had van een leven langs de zijlijn. En ik me aanmeldde bij het Del Ferro-Instituut voor een tiendaagse cursus. Ik had natuurlijk goede hoop, maar op dat moment had ik nog geen idee hoe dit mijn leven zou gaan veranderen. Nee, met zomaar ‘genezen’ wakker worden, daar had de cursus bij Del Ferro niets mee te maken. Het was hard werken, intensief, iedere dag weer. Concentratie trainen, oefeningen doen. Uitdagingen aangaan, angsten overwinnen. Vanaf de eerste dag wist ik dat het moest kunnen lukken. Ik had een wapen, en ik hoefde nooit meer te stotteren. Ik voelde me onoverwinnelijk.

Toch is de weg na de cursus niet altijd simpel geweest. De grootste valkuil is nog het gemak waarmee het spreken je al snel afgaat. Dan ga je te hard, je verliest je concentratie en denkt dat je het ook op eigen houtje wel kan. Stotteren lijkt zo ver weg dat je zeker weet dat het je nooit meer zal overkomen. Tot je plotseling, onverwacht weer struikelt en beseft dat je een versnelling lager moet. Maar het lukte. Ik ontdekte dat ik het kon, een leven zonder stotteren. Zonder naar adem te happen. Zonder me buitengesloten te voelen bij mensen die rap converseerden en de een na de andere grap over tafel lieten rollen. Zonder trucjes, smoesjes. Het gouden kettinkje met mijn naam bleef thuis.

Wonderen gebeuren soms
Mijn droom om journalist te worden kwam weer bovendrijven. Toen ik eenmaal vloeiend sprak, durfde ik het wél. Niet meteen; de angst die ik tussen mij en mijn droom had ingezet, was tegelijkertijd al die jaren een buffer geweest. Ik ontdekte dat het stottermonster niet alleen mijn grootste vijand was geweest, maar ook mijn veiligste vriend, hoe idioot dat ook leek. Want over bepaalde dingen had ik nooit hoeven nadenken. Ik had altijd al mijn mislukkingen op het stotteren kunnen afschuiven. Nu stond ik er alleen voor. Zonder het stottermonster om me achter te verschuilen. Maar zou ik het werk zelf eigenlijk wel aankunnen? Had ik wel genoeg kwaliteiten, doorzettingsvermogen. Kon ik eigenlijk wel schrijven?

Een tweede sprong in het diepe. Mijn baas op het advocatenkantoor was boos dat ik ontslag nam. ‘Dromen voer je uit tot je dertigste,’ zei hij. ‘Daarna moet je je neerleggen bij wat je hebt. Op de fiets knipperde ik mijn tranen weg en dacht: dat zullen we nog wel eens zien, Eric!’

Wonderen gebeuren soms. Toen ik binnen een maand mijn derde opdracht had binnengesleept, wist ik het: dit is het. Dit wil ik en dit kan ik. Ik heb mij niet vergist. Ik werd freelancer. Ik krijg opdracht en breng ideeën in. Ik overleg op redacties. Ik ga op pad. Soms praat ik uitgebreid met mensen over hun problemen, andere keren zit ik een hele middag te bellen naar deskundigen. Of ik interview zangers, schrijvers of andere bekende Nederlanders. En soms zelfs bekende buitenlanders. En het gaat goed. Heel goed!

Feest!
Iedere dag ben ik blij met wat ik tóch bereikt hebt, dat ik de handicap heb overwonnen die mij altijd zo heeft beperkt. Nog altijd voelt het alsof ik de hele wereld aan kan. Wat voor zoveel mensen het normaalste van de wereld is, is voor mij iedere dag weer een feest. Normaal, vloeiend praten. Kunnen zeggen wat je wilt. Ontspannen, zonder die loden last.

Het stotteren heeft van mij geen slechter mens gemaakt. Het heeft me veel dingen geleerd. Leren luisteren, bijvoorbeeld. Inlevingvermogen. Begrip voor problemen, voor mensen die net even wat anders zijn. Het heeft eraan bijgedragen dat ik nu mijn werk kan doen zoals ik dat doe. Toch is de cursus bij Del Ferro het beste geweest wat mij ooit is overkomen. Het leven was niet totaal zinloos of compleet ellendig toen ik stotterde. Maar zónder stotteren is het duizend keer mooier.”


3e ervaringsverhaal

Stotteren doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Het heeft het behoorlijk beïnvloed. Ik durfde vaak niet te zeggen wat ik nu eigenlijk wilde zeggen. Maar zei dan maar helemaal niks. Dit was behoorlijk frustrerend. En hierdoor heb ik een heel laag zelfbeeld opgebouwd. Ik heb altijd gedacht dat ik er niet toe doe, dat ik niks te zeggen heb, dat mensen mij niet leuk gaan vinden. Dit zijn allemaal gedachtes die ik al jaren heb geloofd, maar dus eigenlijk grote leugens zijn. Maar doordat ik nooit durfde te zeggen wat ik eigenlijk wilde zeggen, heb ik dit altijd in stand gehouden.

Ik heb ontdekt in de therapie die ik sinds een half jaar volg, dat ik de stotters ontwijk. Als ik wat moet zeggen, en het lukt niet, dan ga ik zeg maar terug in de zin, en ga dan weer opnieuw beginnen. De zinnen die ik zeg, zeg ik zo snel mogelijk, want dan ben ik er maar vanaf. En als ik wat vertel, en mensen begrijpen niet wat ik zeg, omdat het misschien wat onduidelijk is , dan vragen ze vaak: ” wat zeg je?” Met als gevolg dat ik het nogmaals moet vertellen. Hier word ik erg onzeker van, en jawel, dan gaat het dus helemaal fout. Voor mijn gevoel dan

Gedurende een week heb ik geprobeerd om het stotteren te laten horen, maar dit is zo vreselijk moeilijk voor mijzelf, dat ik dit niet heb gedurfd. Dan vindt ik me weer een loser, waardoor ik in een spiraal terecht kom waar ik al jaren in verkeer. Er is altijd die angst in mij die zegt dat het niet goed is wat ik doe. En toch heb ik al een heleboel zelfvertrouwen opgebouwd de afgelopen paar maanden, dat ik af en toe versteld van mezelf sta, dat ik dingen zeg. Maar die angst om te falen zit zo vreselijk diep, dat ik het stotteren niet durf te laten horen. Dat ik in hetzelfde stramien blijf lopen. Altijd zijn daar weer die gedachten die op de proppen komen van: je doet het niet goed, stop ermee!

De angst om te falen is denk ik terug te voeren naar mijn kindertijd. Ik werd erg gepest door andere kinderen, omdat ik niet kon vertellen wat ik precies bedoelde. Mensen haakten in mijn zin en probeerde mij aan te vullen omdat ze gewoon niet wilden luisteren, dat is het geen dat mij het meest raakt.

Maar nu ik aan de therapie ben begonnen, mag ik gaan leren dat wat ik zeg, het gewoon goed is. Wat ik ook zeg. Al loop ik de ganse dag te stotteren. Het is gewoon goed hoe ik ben. Met al mijn stotters. Groot of klein. Dit is een heel leerproces voor mij. Eigenlijk moet ik mijn denken gaan omvormen. Anders gaan denken. Niet meer in de trant van goed of fout. Maar gewoon laten zien wie ik ben. Wie ik echt ben. De echte Edith. Met al haar goede en minder goede punten. Omdat ik al die jaren verkeerd heb gedacht, gedaan, gevoeld kost dit veel strijd. Dit gebeurt niet van de ene op andere dag. Maar er is een hele mooie zin: zonder strijd geen overwinning!!

Soms heb ik het gevoel dat ik voor een reusachtige berg sta, die ik niet durf te beklimmen. Maar dit wel moet gaan doen, want anders kom ik nooit aan de overkant. Ik probeer allemaal kronkelweggetjes, om maar zo makkelijk mogelijk aan de andere kant te geraken. Maar besef ondertussen heel goed dat ik de moeilijke lange weg omhoog moet gaan bewandelen, wil ik aan de andere kant komen. Maar ik weet dat op een dag ik die berg wel durf te beklimmen, en dat ik dan wel aan de overkant kom. Wat kijk ik uit naar die dag!!!

Back To Top
X