skip to Main Content
Menu

Mijn naam is Nancy.

Ik ben de oudste uit een Brabants gezin met 3 kinderen, ik en 2 broers. In ons gezin was sprake van veel verbaal geweld en emotionele verwaarlozing. Mijn moeder had vermoedelijk een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik ca. 11 jaar oud was. Mijn moeder, ik en mijn broertjes hebben jarenlang zware armoede gekend. Toen ik 14 jaar was ben ik uit huis geplaatst  door de Kinderbescherming, en heb vanaf dat moment tot aan mijn 18e jaar in een gezinsvervangend tehuis gewoond. Daarna ben ik, net 18 jaar, zelfstandig gaan wonen.
Ik heb geen contact meer met mijn beide ouders en broers, of met overige familie (op één oom na).
Ik ben getrouwd toen ik 21 jaar was, ik ben moeder geworden van 2 dochters en ik ben gescheiden toen ik 35 jaar was. Ik heb daarna 2 destructieve partnerrelaties gehad, waarin sprake was van psychische en lichamelijke mishandeling, bedreiging en stalking.

Ik heb veel zgn. hechtingsproblemen/afhankelijkheidsproblemen gekend als gevolg van de traumatische ervaringen in mijn jeugd. Ik heb als kind een diepgewortelde verlatingsangst en een groot minderwaardigheidscomplex ontwikkeld. Daarnaast is er sprake van complexe PTSS/complex trauma en heb ik sinds mijn 17e jaar meerdere keren last gehad van zware depressies en/of burn-out. Het is voor mij vanaf mijn kindertijd heel erg moeilijk geweest om in relaties mijn eigen grenzen te bewaken, ik verlegde deze steeds om maar niet in de steek te worden gelaten. Mijn grootste angst was niet de moeite waard te zijn voor wie dan ook. Ik ben opgegroeid met het gevoel dat ik voor mijn ouders al niet de moeite waard was. Ik kan me niet herinneren dat mijn vader of moeder ooit tegen me gezegd hebben dat ze van me hielden. Dat gevoel gaven ze mij ook niet. Mijn vader was een afstandelijke, autoritaire man die nooit genegenheid of interesse toonde, en die mij en mijn broertjes op jonge leeftijd in de steek liet. Mijn moeder liet me voortdurend weten hoe ongelukkig ze was. Tot mijn 30ste heb ik geworsteld met een enorm schuldgevoel over hoezeer ik tekort schoot en haar alleen maar teleurstelde als haar kind. Als internaatkind was ik “bad news”. Kinderen mochten niet met me afspreken. Ik was nou eenmaal geen goede vriendin, enkel en alleen omdat ik in een jeugdinstelling woonde. Dus ik probeerde voortdurend mezelf te verbeteren of me steeds meer aan te passen aan de behoefte van de ander, in de hoop dat ik dan misschien wel goed genoeg zou zijn om écht gezien en gewaardeerd te worden, of simpelweg om de ander niet kwijt te raken. Ik ging op mijn weg naar volwassenheid ook steeds minder “nodig” hebben in relatie tot anderen: ik voelde me zo minderwaardig dat ik vond dat ik vooral niet teveel mocht vragen of verwachten van anderen. Ik had het idee dat ik al blij mocht zijn als iemand me überhaupt maar zag staan. Zo bijzonder was ik nou eenmaal niet. En als ik teveel zou vragen, liep ik het risico dat ze me dan niet meer leuk vonden en in de steek zouden laten. Hierdoor heb ik vaak te maken gehad met vriendschappen en relaties waarin er geen gelijkwaardigheid was, maar waarin ik mezelf steeds wegcijferde om het de ander maar vooral naar de zin te willen maken.
Ik kon niet omgaan met afwijzing, en ik voelde me ook vaak afgewezen omdat ik het gedrag van anderen voortdurend op mezelf betrok. Hierdoor heb ik altijd weinig zelfvertrouwen gehad in wie ik ben en wat mijn waarde en kwaliteiten zijn.

School en werk waren voor mij vaak moeilijk, omdat ik me in een groep mensen nog onzekerder en minderwaardig voelde.  Omdat ik zo’n negatief zelfbeeld had, was ik altijd bang om blunders te maken, om stom over te komen op anderen, om tekort te schieten in wat er van me werd  verwacht, om uitgelachen of gekleineerd te worden. Ik twijfelde voortdurend aan mezelf. Iedereen om mij heen was altijd leuker, slimmer, interessanter, mooier, etc. En ik bleef op afstand, vriendschappen bleven oppervlakkig omdat ik niet teveel van mezelf en mijn geschiedenis bloot wilde geven. Daar deugde tenslotte maar weinig van, bovendien werd ik er altijd op veroordeeld en afgerekend.

Ik maakte geen school af, kon geen baantje lang volhouden, probeerde het iedereen naar de zin te maken, vroeg niets en rolde van de ene depressie of burn-out in de andere… Ik ben heel lang “slachtoffer” geweest; het overkwam me elke keer en ik voelde me machteloos. Ik begreep vaak niet het “waarom”. Waarom ik?

Ik bedacht vaak dat het blijkbaar nou eenmaal mijn lot was.

Maar zonder dat ik het toendertijd zelf kon inzien, versterkte en verergerde ik mijn eigen kwetsbaarheden en problemen vaak, door de keuzes die ik ook zélf maakte.  Het was voortdurend een vicieuze cirkel van herhalingen waar ik in zat.

Eigenlijk ben ik me pas écht goed bewust geworden van mijn kwetsbaarheden en de valkuilen die daarbij horen, door de 2 jaar durende, gewelddadige partnerrelatie die ik heb gehad, zo’n jaar ná mijn echtscheiding. Mijn toenmalige vriend had mij al snel volledig in zijn macht. Op geen enkele manier durfde ik voor mezelf op te komen. Als ik het wél deed dan volgde daar steevast fysiek en/of emotioneel geweld op. Door diepgewortelde verlatingsangst kon ik emotioneel niet loskomen van deze man. En uit angst voor geweld dúrfde ik de relatie ook niet te beëindigen. Uit schaamte trok ik me steeds meer terug van de buitenwereld en raakte daardoor steeds meer verstrikt in de relatie en geïsoleerd van mijn omgeving. Deze relatie is voor mij zeer ontwrichtend en traumatisch geweest. Doodsangst is uiteindelijk mijn redding geweest. Toen ik besefte dat hij in staat was om me te vermoorden, tóen vond ik uiteindelijk de moed om weg te gaan en aangifte te doen.
Maar de gevolgen van deze relatie hebben nog jarenlang grote impact gehad op mijn dagelijkse functioneren. Ik leefde teruggetrokken en geisoleerd. Kwam eigenlijk alleen de deur uit als het echt moest, bijv. voor boodschappen. Maar dat koste me veel moeite; ik voelde me totaal niet op mijn gemak tussen mensen. Ik was onzeker en bang. Ik had vaak last van angst- en paniekaanvallen, waardoor ik onmogelijk in staat was om te werken. Contact met vreemden, of in een omgeving zijn met veel (vreemde) mensen om me heen maakte mij ontzettend onrustig en beangstigde mij. Dus ook feestjes, evenementen, sporten, een dagje naar de stad of de bioscoop waren voor mij te moeilijk om aan te gaan. Ik was ook altijd bang om de dader tegen te komen, dus ik keek overal voortdurend over mijn schouder en was 24 uur per dag in een soort staat van paraatheid. Ook in mijn eigen huis. Alle deuren en ramen waren altijd op slot. De kinderen mochten niet in de tuin spelen. We waren gevangenen in ons eigen huis.
Zodra het buiten donker werd, werd ik onrustig. Dan voelde ik me bespied omdat deze man mij voortdurend in de gaten hield, of liet houden.
Ik kon ontzettend schrikken van onverwachte geluiden,  of geluiden die ik niet kon plaatsen.
Ik sliep slecht, at slecht, kleedde me vaak niet aan en had heel veel huilbuien.
De opvoeding van de kinderen viel me zwaar.
Ik had weinig contact met vrienden. Ik verwaarloosde mezelf, mijn huis, mijn sociale leven.

Pas in de jaren ná deze relatie, vanaf mijn 38ste, ben ik langzaamaan pas écht inzicht gaan krijgen in wie ik ben en waarom bepaalde afhankelijkheidspatronen, én depressies, zich in mijn leven steeds herhaalden. Ik wilde dit nooit meer meemaken, en ging op zoek naar de antwoorden op vragen als:

Hoe komt het dat ik gevangen ben geraakt in zo’n ongezonde, ongelijkwaardige en gewelddadige relatie? Hoe komt het dat ik niet bij machte was om daarin voor mezelf op te komen en andere en betere keuzes te maken dan ik heb gedaan? En hoe kan ik er zelf voor zorgen dat ik niet opnieuw in zo’n relatie terecht kom?

De zoektocht naar deze antwoorden heeft een aantal jaren geduurd, en was heel zwaar en confronterend. Maar het heeft me heel veel kennis en inzicht gegeven in mijn persoonlijke levensgeschiedenis, inzicht in mijn ontwikkeling van jong meisje tot volwassen vrouw, en inzicht in mijn krachten en mijn valkuilen.

Ik ging begrijpen dat het gebrek aan veiligheid, liefde, geborgenheid en erkenning in mijn jonge jeugd ten grondslag hebben gelegen aan hoe ik mij heb ontwikkeld op de weg naar volwassenheid. Dat ik daardoor niet goed in staat was om op een positieve manier naar mezelf te kijken. Dat ik daarom altijd zo onzeker was. Me vaak minderwaardig voelde. En me ook minderwaardig opstelde in relatie tot anderen. Ik kreeg ook veel meer inzicht in de rol en verantwoordelijkheid die ik zelf had en kon nemen zodat ik meer in mijn eigen kracht kon komen. Ik ging begrijpen, én ervaren, dat het stellen van grenzen, opkomen voor mezelf, me juist veel meer rust en veiligheid bracht. En gezonde en gelijkwaardige relaties en vriendschappen.
Ik ontdekte ook dat ik heel erg hoge eisen stelde aan mezelf en toch altijd het gevoel bleef houden dat het nooit goed genoeg was. Dat IK nooit goed genoeg was. Ik was ontzettend onzeker over mijn eigen kunnen. Zag weinig waarde in mezelf als mens. Partner. Moeder. Collega. Vriendin. Ik ging voortdurend gebukt onder schuldgevoelens over mijn tekortkomingen in alle rollen die ik had.
Alle onverwerkte trauma’s kwamen in volle hevigheid boven. Maar zo kwam er geleidelijk aan, voor het eerst in mijn leven, ruimte voor verwerking. Verdriet. Troost. Vergeving. Acceptatie. Alles in mezelf voelen ipv alles in mezelf bevechten. Ik nam tijd, rust en ruimte voor mezelf. Ik ging mijn verhaal delen met lotgenoten. Ik sprak met mijn voormalig voogd over mijn jeugd. Ons gezin.
En ik huilde. Ik liet mijn gevoelens en tranen de vrije loop. Ik nam het kind in mezelf op schoot, hield haar stevig vast, liet haar huilen en troostte haar.
Ik zocht informatie en verdieping in boeken. Ervaringsverhalen. Zelfhulpboeken. Internet. Ik vond herkenning. Erkenning. Troost. En inspiratie.
Ik ging weer voorzichtig dingen ondernemen. Naar buiten. Een vrijwilligersbaantje. Ik ging alleen op vakantie.
Ik ging leren om anders naar mezelf te gaan kijken.
Ik leerde de mooie en sterke kanten van mezelf te ontdekken en zien. Benoemen. Waardoor ik meer zelfvertrouwen kreeg.
Ik leerde mijn positieve karaktereigenschappen te zien, en daar trots op te zijn.
Ik leerde om mezelf veel minder hard af te rekenen op mijn beperkingen en tekortkomingen.
Ik werd me bewust van mijn talenten.
Ik leerde trots op mezelf te zijn zoals ik ben, in plaats van mezelf voortdurend te bekritiseren en willen verbeteren. Ik leerde minder zorg te geven aan anderen, en meer zorg voor mezelf te vragen en te ontvangen.

En ik besefte dat ik precies voor de verkeerde dingen bang ben geweest.
Omdat ik zo bang was om anderen te verliezen, verloor ik elke keer mezelf.

Nu ben ik veel daadkrachtiger, zelfbewuster en autonomer. Ik neem makkelijker beslissingen zonder dat ik het nodig heb om te worden bevestigd door anderen dat het een goede beslissing is, ik durf een eigen mening te hebben, ik durf veel beter voor mezelf op te komen en ik kan mensen beter op afstand houden of loslaten als ze over mijn grenzen heen gaan. Ik vertrouw meer op mezelf omdat ik nu veel beter weet wie ik ben, wat ik nodig heb en wat ik kan. De angst voor afwijzing is veel minder groot dan vroeger. Als mensen vervelend tegen me doen of me niet begrijpen, betrek ik dit veel minder snel op mezelf en heb ik daar ook veel minder last van. Ik twijfel minder aan mezelf. Ik heb eindelijk geleerd om mezelf lief te hebben.

Mijn kwetsbaarheden zijn er nog steeds.
Ze zijn een deel van mij wat ik altijd bij me zal dragen.
Maar het zijn geen bedreigingen meer waar ik steeds tevergeefs tegen heb gevochten.
Ze zijn veel meer een deel van mezelf geworden waar ik me bewust van ben, wat ik heb leren begrijpen en accepteren, en waar ik mee heb leren omgaan.

 

Herstel is voor mij een uniek en persoonlijk proces wat steeds in beweging is, een onderdeel van persoonlijke groei wat een mensenleven duurt, en wat met kansen en uitdagingen, en met vallen en opstaan verloopt.
Herstel is inzicht krijgen in wie je bent, inzicht krijgen in je mogelijkheden en beperkingen en inzicht in de keuzes die je in het leven maakt.
Herstel is inzicht krijgen in, en verwerken van, ingrijpende/traumatische gebeurtenissen in je leven, en daaropvolgend een manier vinden om met hernieuwde kracht en een toekomstgerichte houding je leven (opnieuw) vorm en inhoud te geven.

Herstel is persoonlijke groei en eigen verantwoordelijkheid, eigenaarschap en regie nemen over jouw eigen welzijn en leven.

Mijn persoonlijke herstelverhaal is voor mij een tastbaar symbool voor de groei die ik als mens heb doorgemaakt.

Het is een geschreven getuigenis van het gevecht met mezelf, en de overwinningen en inzichten die dat gevecht me uiteindelijk heeft gebracht.
Het is mijn verhaal, wat mij nog elke dag inspireert en motiveert.

Het is wie ik ben.

Lotgenotencontact heeft in mijn herstel een cruciale rol gespeeld.
Het heeft mij troost, hoop, (h)erkenning, moed, inspiratie en vertrouwen geschonken in moeilijke tijden.
Ik heb daardoor ervaren dat delen een onmisbaar aspect van helen is…. Dat kwetsbaarheden ook een kracht kunnen zijn. En dat ik bovendien anderen kan ondersteunen en inspireren door het delen van mijn eigen ervaringen en mijn persoonlijke weg naar herstel.

En dat wens ik jou ook toe!
Geloof in jezelf, heb jezelf lief, en durf erop te vertrouwen dat er altijd een “way out” is!
En dat je niet alleen bent. En het niet alleen hoeft te doen!
Zorg goed voor jezelf!

Liefs,
Nancy

 

___________________________________

Ervaringsverhaal

Dit ben ik
Ik ben een vervelend kind

Dit verhaal “Ik ben een vervelend kind” is geschreven om mijn inzichten, beelden, denkwijze en gedachten uit het verleden eens opnieuw te bekijken, te vergelijken naar de werkelijkheid, en te spiegelen naar het heden. Wat ik denk en dacht klopt dat nog steeds, en kloppen mijn gevoelens hierbij. Het gaat niet over goed of fout of om iemand te beschuldigen. Het gaat over mijn ervaringen en hoe IK dingen heb beleefd. Dit is het laatste onderdeel van mijn behandeling bij de GGzE in het verkrijgen van nieuwe inzichten, verwerkingen, en verder leven met mijn nieuwe ik

Uit mijn babyboek..

Ben geboren in augustus 1963 als 2e zoon van een timmerman en een huisvrouw ergens in het Westland. Dat ligt in de driehoek Den Haag, Rotterdam, Hoek van Holland. Geboren in een Salonwagen op een afgelegen tuinders laan met aan de ene kant kassen en aan de andere kant een sloot. Een salonwagen zal tegenwoordig een stacaravan genoemd worden. De geboorte was goed gegaan en ik was een stevige gezonde baby bij de geboorte. Toen ik 7 maanden oud was kreeg ik keel ontsteking met zeer hoge koorts. Hiervoor kreeg ik een penicilline kuur maar deze hielp niet.
Daarom moest ik voor 14 dagen het ziekenhuis in waar ik weer beter kon worden.

Zoals alle kinderen prikken krijgen tegen allerlei ziekte zo kreeg ook ik deze prikken. Door zo een prik (tegen pokken) ben ik erg ziek geworden. Met een koorts van +40 graden was ik meer dood dan levend, en ook nu hielp een penicilline kuur niet. Ook nu moest ik weer naar het ziekenhuis om te genezen maar deze keer was er wel meer spoed bij om er te komen. Veel meer spoed.

Als het oktober 1965 is krijg ik voor de zoveelste keer koorts. Foto’s in het ziekenhuis wijzen uit dat “Het vuil in mijn hoofd op mijn longen terecht zijn gekomen” en ik kon een maand blijven in het ziekenhuis. Na 2 dagen thuis te zijn mocht ik inderdaad door nieuwe koorts weer naar het ziekenhuis. Bij deze ziekenhuis opname zijn mijn amandelen opnieuw verwijderd en lag ik weer voor 14 dagen in het ziekenhuis. En of het niet genoeg was 14 dagen daarna mocht ik voor de zoveelste keer WEER naar het ziekenhuis in verband met griep en hoge koorts. Alle penicilline kuren die ik kreeg blijken steeds niet te werken/ aan te slaan. Ik ben ruim 2 jaar en het ziekenhuis is mijn 2e thuis geworden.

Het is 23 maart 1966 (ik ben 2 jaar en 8 mnd), het weer buiten is een niet zo zonnige en een koude (max 8,3°C) dag. De lucht was zwaar bewolkt, en er woei een matige wind (4 Bft) met harde windstoten, tot 57 km/u (7 Bft). Mijn vader was net thuis van zijn werk toen mijn ouders mij op een gegeven moment kwijt waren. De salonwagen werd doorzocht. Buiten om de salonwagen werd gezocht. Ik was niet te vinden. Ook de tuinders laan werd belopen om mij te zoeken en ik was niet te vinden. Bij het terug lopen richting de salonwagen vond mijn moeder mij. Waarschijnlijk was het mijn rode broek die ze zag. Een broek die er uit ziet als een tiroler broek maar dan rood en van stof. Ik lag in de sloot. Zeg maar gewoon “dood” in de sloot. Mijn vader is er in gesprongen en heeft me er uit gehaald. Een buurmeisje heeft me kunstmatig beademd en gereanimeerd. Toen de gealarmeerde dokter was gearriveerd begon ik net een beetje bij kennis te komen en wat te huilen.

Ze hebben me toen naar binnen gebracht, kleding uitgetrokken en warm gewreven. Doordat ik veel water had binnen gekregen hebben ze me onderste boven gehangen om al het water uit mij te laten lopen. Zodra de gealarmeerde ambulance was gearriveerd ben ik ingeladen en met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar stond een kinderarts en zusters (nonnen) al te wachten op me. 3 kruiken in mijn ziekenhuisbed, penicilline in mijzelf, en met veel goede zorg heb ik het uiteindelijk overleefd. Vermoedelijk is de ziekte “epilepsie” waar ik later last van zou hebben hier ontstaan.

In 1967 ga ik naar de kleuterschool (tegenwoordig groep 1 basisschool) en kom ik in aanraking met andere kinderen uit het dorp. Tot die tijd was mijn oudere broer de enige waar ik mee speelde. De school stond op zo’n 10 minuten fietsen van de salonwagen vandaan wat voor mijn moeder iedere dag weer een uitdaging was met 2 kinderen op de fiets. Mede omdat ik niet bang was uitgevallen en zeer ondernemend was ging mijn zo lieve ik langzaam veranderen in een ondeugende ik. Vond het niet altijd leuk op de kleuterschool, werd wel eens boos, vocht met mijn broer en gooide met speelgoed. Eigenlijk wat ieder kind doet. Mijn moeder vond dat niet altijd goed en zei daar wat van.

Waarschijnlijk had mijn moeder het te druk met kinderen naar school brengen en halen (‘s morgens en ’s middags), huishouden, boodschappen doen, eten verzorgen en opvoeden. Ook mijn ziekenhuis opnames, koorts en griepjes waren nog steeds niet voorbij. In januari 1968 had ik mazelen gekregen en werd daar zeer ernstig ziek van. Zelfs zo erg dat er bij mij dag en nacht gewaakt moest worden. Dit gebeurt vlak voordat mijn moeder ging bevallen van haar derde kind, mijn zusje. Ben 4 jaar en heb al 3x op de rand van de dood gelegen. Al deze ervaringen komen uit mijn Babyboek wat mijn ouders hebben ingevuld en bijgehouden. Vanaf nu zal ik het verhaal uit eigen geheugen, ervaring, de verhalen en herinneringen verder vertellen.

Mijn geheugen neemt het over..

Met 2 grotere kinderen en een pas geboren baby wordt het voor mijn moeder steeds moeilijker en drukker om alles georganiseerd te houden. Rond deze tijd verlaten we de salonwagen en verhuizen we naar een eengezinswoning. Een huis van steen, waar wind en vocht veel minder invloed hebben als wat we gewend waren. Mijn vele malen griep en ziek zijn zullen hierdoor verminderen.

We kwamen veel dichter in de kern van het dorp te wonen waardoor we lopend naar school konden. Ook kon mijn moeder nu lopend naar de winkel om boodschappen te halen. Steeds vaker kwam het voor dat tijdens het wandelen kinderen die mij passeerden daarna begonnen te huilen. Mijn moeder snapte er niets van totdat ze er van op de hoogte werd gebracht. Als kinderen mij passeerde stak ik vaak een been uit zodat ze vielen of ik schopte ze bij het passeren. Gevolg huilende kinderen.

Uiteraard werd ik hiervoor gestraft zowel op straat als thuis en werd er gesproken van “wat ben jij een vervelend kind”. Het gevolg was dat ik een koord aan mijn pols kreeg waarvan het andere einde aan de pols van mijn moeder zat. De lengte van het koord kon variëren. Zo kon ik nooit weg en kon ze me goed in de gaten houden met wat ik deed. Mensen spraken erover en vonden het zielig voor mij. Mijn moeder gaf haar visie dat het een maatregel was om hun kinderen te beschermen. Ik was onhandelbaar en vervelend. Luisterde slecht en deed steeds vaker dingen die niet konden volgens mijn ouders. De basisschool was dan ook geen succes. Mijn epileptische aanvallen waren vaker en heftiger. Ik viel steeds om, lag te shaken en schuim kwam uit mijn mond. Ook zat ik vaak in de klas voor me uit of naar buiten te staren. Ik viel zelfs in de klas in slaap en de leerkracht liet mij slapen. Het verhaal was dat ik het nodig zou hebben.

Zelf denk ik dat de leerkracht dan even rust had voor zichzelf. Ook thuis ging het steeds meer de verkeerde kant op. 3 kinderen die aandacht willen. Een vader de overdag en vele avonden werkt en dus niet thuis was. Huishouden, boodschappen, opvoeden, voor mijn moeder was het te veel. Maatschappelijk werk kwam wekelijks over de vloer en om alles goed te organiseren zat er maar één ding op. Het vervelende onhandelbare brutale kind moet het huis uit. IK moet het huis uit. Want als het vervelende kind het huis uit is komt de rust in huis terug. En zo geschiede dan ook. Een koffer werd ingepakt met kleding. Een oom had een auto en zo werd ik naar een kindertehuis gebracht. Een kindertehuis in de bossen bij Bakkum waar ik naar toe ging voor heropvoeding. Ja …. heropvoeding voor lastige kinderen. Lastig door….? Wist ik het maar. Ik had alleen me eigen situatie. Eenmaal aangekomen melden ze me aan bij de balie van het hoofdgebouw. Iedereen die in de auto zat mocht mee om te zien waar mijn bed stond, waar ik zou komen te slapen. Een slaapzaal met meerdere bedden. De koffer werd uitgepakt en daarna werd er kort, krachtig en zonder tranen afscheid van me genomen. Kort, krachtig en zonder tranen afscheid nemen doet blijkbaar minder pijn en geeft minder verdriet dan afscheid nemen op een manier met gevoel, verdriet en wel tranen. Het was beleid van het huis.

Binnen een uur was de terugreis van mijn familieleden begonnen en ik bleef alleen achter in die totaal nieuwe en onbekende omgeving. Alles was er op gericht om kinderen te heropvoeden. Streng regime, strenge regels en straffen als je wat verkeerd deed. Na 2 maanden in het kindertehuis te hebben gezeten kwamen mijn ouders voor de eerste keer een paar uur op bezoek.

2 maanden je ouders niet zien was beleid van het huis. Zo konden ze hun macht op je gaan uitoefenen zonder dat je ouders daar van afwisten. Alles was daar intern. Slapen, school, sporten,
wandelen in de bossen. Alles werd gedaan op hun terrein. Naar huis gaan was er niet bij. Sinterklaas en kerstmis vierde je daar. Soms kwamen mijn ouders op bezoek. 1x per maand een paar uur. En na maanden 1x per 14 dagen. Ik heb er een jaar moeten blijven wat mij wel heeft gevormd maar of het me ook heeft geholpen? Misschien heb ik daar wel geleerd om nog meer voor mezelf op te komen.

Vechten voor je plek en vechten voor je eigen speelgoed. En natuurlijk gestraft worden als het regime dat nodig vond. Soms was het er best leuk maar heb het toch als een verschrikkelijk jaar ervaren. Na een jaar mocht ik weer naar huis. Waarschijnlijk was ik voldoende heropgevoed.

De basisschool was voor mij niet meer de plek waar ik zou gaan leren. Ik mocht naar een L.O.M. school. Een school voor kinderen met Leer en Opvoeding Moeilijkheden. Precies iets voor mij. Zal daar wel een vervolg traject krijgen om mij te heropvoeden. Zo een school was bij ons in de regio niet te vinden waardoor ik dagelijks met een streekbus werd vervoerd van mijn woonplaats naar Loosduinen. Tegenwoordig is deze plaats een buitenwijk van Den Haag. De reis was dagelijks lang en vermoeiend. 10 minuten lopen van huis naar de bushalte. Een half uur staan in de bus doordat de bus vaak te vol was. Eenmaal de bus uit kon je nog eens 20 minuten naar school lopen. En na school kon je het traject in omgekeerde volgorde weer nemen. Op deze school zaten dus allemaal kinderen met 1 of meerdere problemen. Kinderen uit mijn streek (boerenland) en kinderen uit de grote stad (Den Haag). Klassen bestonden uit relatief weinig leerlingen en daardoor kreeg ik maximale aandacht. Naast de school was de speelplaats en achter de school een wijkspeeltuin. Beide speelplekken waren voorzien van een hek er om heen. Wat ik vroeger als kind al was “totaal niet bang en zeer ondernemend” werd door alles alleen maar versterkt. Ondernemend in zowel positieve zin maar ook in negatieve zin. Vele keren heb ik over de tegels liggen rollen door een vechtpartij. Ook nu weer jezelf moeten bewijzen en je plek veroveren. Laten zien wat je waard bent en tot hoever ze kunnen gaan. Vaak lag ik te vechten met kinderen met kortere lontjes dan andere kinderen. Dus ook op school was ik regelmatig een vervelend kind en werd daar voor bestraft. De jaren gingen voorbij. De drang om te overleven werd steeds meer een wapen om te overwinnen. In klas 5 (groep 7) was je machtiger dan in klas 3 (groep 5). Dus niet weglopen maar juist opzoeken die je kwamen uitdagen.

Door mijn epileptische aanvallen kon ik niet veel aan sport doen. Omdat ik in mijn prille leven al bijna dood was gegaan door te verdrinken vonden mijn ouders dat ik op zwemles moest gaan.
In die tijd waren er kinderen tijdens zwemmen verdronken door epileptische aanvallen. Bijna geen één zwembad durfde het aan om mij zwemles te geven. Uiteindelijk was er een mogelijkheid voor les zwemmen maar wel met een rode badmuts op. Als enig kind met een zeer opvallende badmuts.

Alleen om mij maar in de gaten te kunnen houden of om mij sneller op de bodem te kunnen lokaliseren. In mijn beleving is dit tevens het enigste wat mijn vader en ik samen hebben ondernomen. Hij bracht me door weer en wind op een brommer naar het zwembad, ging daar zitten wachten en reed daarna weer met mij terug naar huis. Zo heb ik uiteindelijk wel mijn zwemdiploma A weten te halen. Langleven de rode badmuts. En de zoveelste beleving als een kind wat anders is als andere. Schoolzwemmen heeft er voor mij heel lang niet ingezeten. Als iedereen ging schoolzwemmen dan ging ik samen met een leerkracht de bus uitzwaaien en ging ik een andere klas in om te leren. Na vele gesprekken met ouders, leerkrachten en het zwembad van school mocht ik tegen het einde van een schoolseizoen een paar keer mee met schoolzwemmen. Wel met een rode badmuts op. Door mijn achternaam “Haring” en die rode badmuts ben ik vaak gepest en kwamen er raadsels als “het is rood en het zwemt”. Ben maar een paar keer wezen schoolzwemmen maar heb toen wel mijn zwemdiploma B gehaald.

In deze tijd ben ik ook op voetbal gegaan. 1x in de week trainen en op zaterdag een wedstrijd. Enkel en alleen om energie te verbranden en mijn toenemende boosheid, frustraties, ruzies en onhandelbaarheid steeds weer te laten afnemen. Vaak kwam ik rustig, vermoeid, en met een tevreden gevoel weer naar huis. Voetbal was iets wat ik erg leuk vond. Samen spelen met een gezamenlijk doel. Winnen. Helaas heb ik mijn ouders nooit langs de zijlijn zien staan en hebben ze me nooit aangemoedigd. Niet bij een uitwedstrijd en ook niet bij thuis wedstrijden.
Een wedstrijd winnen of verliezen was bij mij altijd zichtbaar en merkbaar. Winnen was stralen. Verliezen was frustratie. Ook weet ik nog goed dat een jongen uit mijn voetbal team bij mij op school zat. We gingen vele malen samen met de bus naar school maar we waren geen dikke vrienden. Op een dag tijdens naar school lopen hebben we ruzie gekregen. Heftige ruzie. Waar de ruzie over ging weet ik niet meer. Wel een ruzie waarbij omstanders mij hebben moeten weghalen omdat hij blauw aanliep. In zo een ruzie maakte het niet meer uit wie het was, een goede vriend, een klasgenoot, mijn broer of een vreemde. Als ik echt boos was waren mijn remmen weg. En uiteraard kreeg ik weer straf.

De straffen werden thuis steeds heviger als ik weer eens iets had gedaan of als ik niet meer te handelen was. Mijn moeder begon me te straffen met vlakke hand. Natuurlijk ging ik op den duur daar mijn eigen maatregelen tegen nemen. Om de tafel heen rennen of bukken als haar hand kwam was een leuk spel. Zei mist en ik lacht haar uit. Zei rent maar ik ben sneller. Uiteindelijk kwam mijn vader er vaak aan te pas als hij thuis kwam van zijn werk. Zijn handen waren groot en er zat veel kracht in. Zijn handen miste niet en deden echt pijn. Nee niet één klap. Klappen… totdat je als een bolletje wol in een hoek zat. Tijdens deze klappen kwamen ook de verwensingen naar mijn hoofd. Vervelend rot joch dat je ben. Zal je eens laten zien wie hier de baas is. Etterbak. Laat dit, laat dat. Doe dit, doe dat. Hierna was ik meestal 3 weken rustig en was ik een lief jongentje. Dan werd ik in 3 weken weer een vervelend jongentje en na iedere 6 weken had ik weer de handen van mijn vader tegen mij aan met alle verwensingen er weer bij. Ook mijn moeder nam haar maatregelen. Haar handen gebruikte ze niet meer. Dit werd een pantoffel of een mattenklopper. Ook met mijn bukken ging ze rekening mee houden.

Aan het einde van de L.O.M. school ging een kleine groep leerlingen en ik naar een normale LTS school. Dit was voor de eerste keer in het bestaan van de school. Deze mijlpaal voor de school was voor alle leerkrachten heel bijzonder “onze leerlingen naar een NORMALE vervolg opleiding”. Leerlingen met Leer Moeilijkheden en Opvoed Moeilijkheden naar een normale vervolg school. Ook op de LTS (Lager Technische School) heb ik veel moeten doorstaan. Ploeteren om het niveau bij te houden. Vechten voor MIJN vakkeuze, en knokken voor je plek in de klas en op school. Helaas heb ik hier ook geleerd om nooit meer iets te vragen aan mijn ouders of aan andere. Bij mijn ouders kreeg ik steeds te horen “Weet ik niet, weet ik niet, weet ik niet”. Op school kreeg ik steeds te horen “heb ik toch al uitgelegd aan je, hoe vaak moet ik het nog uitleggen aan je? Zoek het maar op in je boek. Het staat er in”. Ook nu was ik blijkbaar weer een stom, dom en een lastig kind.

Doordat ik bijna nooit met andere kinderen uit mijn dorp op een school heb gezeten (basisschool, en vervolg opleiding) heb ik nooit echte vrienden en kameraden aan me kunnen binden. Op de scholen waar ik wel op zat had ik ook geen vrienden doordat we allemaal te ver van elkaar woonden. Hierdoor kon je privé niet met elkaar spelen en omgaan. Advies vragen of met iemand overleggen in belangrijke situaties heb ik sinds de LTS nooit meer gedaan. Alles heb ik op eigen inzicht en gevoel gedaan. Het heeft me veel gebracht maar nog meer afgenomen. Dit vervelende kind heeft zich in de loop van de jaren zichzelf steeds meer ontwikkeld tot een zeer opvliegerig en agressief persoon. Ik ging mijn vader achterna en vond daarbij de overtreffende trap. Huiselijk geweld tegen mijn partner

Het Beest in mij

Dus daar sta ik dan half juli 2013 in het politiebureau van Eindhoven met meerdere agenten om me heen. Mijn handboeien zijn net afgedaan en mijn persoonlijke bezittingen moet ik inleveren. Mijn veters moeten uit mijn schoenen maar toen ze constateerde dat mijn schoenen stalen neuzen hadden kon ik mijn schoenen ook inleveren. Nadat er foto’s van mij zijn gemaakt en vingerafdrukken afgenomen zijn werd ik op mijn sokken naar boven gebracht en opgesloten. Dit waren de consequenties van “Het Beest”. Het Beest wat in mijn leven is ontstaan en gegroeid was weer eens losgebroken. De ogen van “Het Beest” ziet geen kleur, geen persoon. Het ziet een schim, een silhouet van licht en donker van wat hij zal gaan aanvallen. “Het Beest” kan geen termen van man of vrouw, groot of klein. Het ziet alleen een doel wat vernietigd moet worden. Het is agressief en kwaadaardig en zal pas stoppen als het object niet meer beweegt. Zelf ben ik ongelooflijk bang en angstig voor “Het Beest” en de kracht die hij gebruikt. In een tijdbestek van één uur heeft “Het beest” de grootste ellende veroorzaakt in mijn leven. “Het Beest” heeft alles om mij heen kapot gemaakt waar ik o zo veel van hou, en ik verlies letterlijk alles. Mijn relatie, kinderen, familie, vrienden, kennissen, woning, werk en een auto, allemaal kwijt in één maand tijd. Ook financieel krijg ik het zwaar. En omdat het alleen maar heftiger wordt vraag ik me steeds meer af “Hoe kan ik het beest in mij stoppen”?

Ik neem het besluit dat “Het beest” mijn leven niet meer mag beheersen. Er is maar 1 oplossing. “Het beest” moet dood. Een huisarts, een psycholoog en een psychiater vertellen mij dat “Het Beest” in mij nooit dood zal gaan. Maar ik hou vast, “Het beest” moet dood. Met of zonder mijn lichaam er bij. Mijn leven is in puin en voor wie moet ik nog verder leven? Ik ben suïcidaal maar toch behoeden ze mij steeds van zelfdoding. Als mijn zaak in de rechtbank van Den Bosch wordt behandeld bij een meervoudige rechtkamer worden alle onderzoeken, mijn beestachtige uitbarsting, de aangiftes en het politie onderzoek weer allemaal besproken. Na 14 dagen krijg ik de uitspraak van de rechtbank en ben ik veroordeeld voor diverse delicten, reclassering toezicht en een verplichte behandeling bij een forensische instelling. Voor mij wordt dat de GGzE. Ik ga een behandeltraject in van ruim anderhalf jaar waarin ik wekelijks wordt behandeld. Mijn hele leven wordt geanalyseerd vanaf mijn geboorte, en stukje voor stukje besproken. Mijn denkwijze en inzichten worden besproken en zo ervaar ik mijn hele leven opnieuw.

Waarom ben ik zo geworden?

Deze vraag is voor mij heel lang onduidelijk gebleven. Heel vaak heb ik me zelf voorgehouden
“Ik ben gewoon zo. Aard van het beestje of ik kom uit de Randstad daar is het ieder voor zich”.
Nu wordt mij steeds duidelijker dat ik in ieder geval niet zo geboren ben. Ik ben zo geworden door dat er veel in mijn leven is gebeurt. Veel negatieve gebeurtenissen, veel anders gegaan dan bij andere, veel gebeurtenissen waardoor ik innerlijke veiligheidssystemen ben gaan gebruiken. Systemen om mezelf: te beschermen, om geen pijn te voelen, niet afgewezen te worden, of kwetsbaar op te stellen. Ook inzichten en denkwijzen hebben invloed gekregen in mijn bestaan en ontwikkelingen. Ik Leefde in een wereld van wit en zwart, ja en nee, goed of fout, vriend of vijand. Grijs was voor mij geen kleur. Laat staan dat ik tussenwegen zocht.

De laatste jaren heb ik veel naar oorzaak en gevolg gezocht. Het was eerst Ik waar het allemaal aan lag. Toen was het mijn vader waar het aan lag. En daarna natuurlijk mijn moeder, broer, zus, werkgevers, relaties, maatschappij en verzint er maar bij wat nog meer. Ondertussen weet ik nu dat het daar allemaal NIET aan lag. Ook is er geen vader en moeder die doelbewust hun kinderen opvoeden om ze uiteindelijk een slecht en agressief leven te bezorgen. Ouders voeden kinderen op naar eer en geweten, met liefde en zorg, en naar inzicht en vermogen wat hun is aan geleerd. Ouders hebben ook een verleden en zijn groot gebracht en opgevoed in hun tijd van toen. Door hun ouders (onze opa en oma), hun broers en/of zussen en met alles wat er bij hoorde en toen gewoon was. De tijd waar je in leeft heeft invloed in je eigen ontwikkeling. Wat vroeger normaal was is tegenwoordig taboe. Wat vroeger goede inzichten waren is tegenwoordig achterhaald. Alles van toen is nu anders dan toen. Zo ook met mij, mijn inzichten, ervaringen, ontwikkeling en gedachten van toen heb ik herzien. Wat ik lang heb gedacht is dat ook wel zo geweest? Of heb ik daar mijn eigen verhaal, gedachten en inzichten aan gegeven. Was dit één van mijn veiligheidssystemen?

In de tegenwoordige tijd kan ik spreken dat ik geüpdate ben. Nieuwe en betere software er in. Fouten uit het verleden zijn er uit gehaald. En programma’s die niet belangrijk voor me zijn verwijderen. Hierdoor heb ik gelijk ruimte op de harde schijf (in mijn hoofd) gecreëerd. Ook de oude veiligheidssystemen zijn verwijderd en vervangen voor nieuwe veiligheidssystemen. Veiligheidssystemen gericht op de toekomst en ik zal nieuwe tools moeten gaan gebruiken. Ok… ik weet nu dat ik symptomen heb van een Narsist, Borderline, Schizofrenie, Depressie en nog wat meer. Ik heb een persoonlijkheidsstoornis met trekjes van wat hierboven staat. Leuk en fijn om te weten maar belangrijker hoe ga ik er mee om in de rest van mijn leven. Ik weet nu waar mijn zwakke plekken zitten. Maar ook mijn sterke kanten. Mede en misschien wel juist door mijn nieuwe veiligheid systeem komen er eerder signalen naar mij toe die een volgende stap of tool aanreiken als ik een verkeerde kant op zal gaan.

Het is nu Sept. 2015 en ben ruim anderhalf jaar in behandeling bij de GGzE . Heb gewerkt aan mijn agressie, aan mijn inzichten en ervaringen uit mijn jeugd en mijn leven. Ik weet wat er met me gebeurt in bepaalde situaties. Het fundament van mijn persoonlijkheid is nog kwetsbaar, instabiel en zwak. Maar ik heb grote sprongen vooruit gemaakt, trainingen gevolg, en vele gesprekken hebben mij verder geholpen. Ook het maken van een signaleringsplan (een nieuw veiligheidssysteem) om mijn stemmingen en agressie fase te kunnen peilen heeft mij veel inzicht gegeven. Net zo als het schrijven van dit verhaal. De titel van dit verhaal “ik ben een vervelend kind” heb ik inmiddels herzien en besef ik dat veel niet aan mij lag. Een kind neemt tot zijn 9e levens jaar veel op wat het de rest van zijn leven meeneemt. Storingen in deze jaren kan lijden tot beperkingen in de toekomst.

Inmiddels ben ik als vrijwilliger werkzaam bij de Vrijwillige Hulpdienst Eindhoven waar ik diverse gevoelens en waarderingen heb terug gekregen. Ook het leven in eenzaamheid heb ik hierdoor wat kunnen verminderen. Er zijn nog steeds punten waar ik hard aan moet werken. Het bouwen van een (groter) sociaal netwerk is de belangrijkste. Mensen ontmoeten, mensen leren kennen en vertrouwen, ervaringen en problemen leren bespreken en te delen met andere.

En wie weet vind ik ooit nog nieuw werk wat ook zal bijdragen aan het vergroten van mijn sociaal netwerk. De tijd die ik nu over heb gebruik ik om trainingen te volgen. Trainingen om al mijn ervaringen uit mijn leven (zowel de positieve als de negatieve) te kunnen gaan gebruiken en te delen met andere mensen. Mensen die nu op het punt staan huiselijk geweld te gebruiken tegen hun partner en hun kinderen. Ik doe trainingen om ervaringswerker te worden. Ervaringswerker huiselijk geweld met dader profiel.

Dit is een deel van mijn levensverhaal.. een deel van René Haring.
“Dit ben ik”

Back To Top